Geschreven: verzamelwerk met verschillende datums
Eerste versie: 1927, uitgave Samenwerkende Maatschappij De Proletariër, Gent
Bron: Nederlandstalige Trotski Bibliotheek 2. Revolutionair-Socialistische Publicaties, Groningen 2007. Door Karel ten Haaf. Facsimile-uitgaven van teksten van Trotski in het Nederlands
Vertaling: onbekend
Deze versie: spelling, soms aanpassen van woorden en zinsbouw
Transcriptie/HTML: Adrien Verlee, voor het Marxists Internet Archive, oktober 2007
Zie ook: De EEG en de rivaliteit Europa-Amerika | Trotski: zijn bijdrage tot het marxisme
Deze brochure omvat twee voordrachten uitgesproken met een tussenruimte van twee jaar. Die twee voordrachten zijn aan elkaar verbonden, en door de eenheid in onderwerp want zij handelen allebei over de kenmerken van de economische en politieke toestand der gehele wereld, én door de eenheid in gedachte, want het is de houding van de Verenigde Staten van Amerika ten opzichte van Europa, die de basis vormt van deze karakteristiek van de wereldtoestand.
Onnodig te zeggen dat men hier geen volledige uiteenzetting van de wereldtoestand vinden zal. De kwestie der koloniën, van de nationaal-revolutionaire strijd der Oosterse volkeren werd hier slechts aangeraakt voor zover het noodzakelijk was de hoofdgedachte: de hegemonie der Verenigde Staten in de kapitalistische wereld met de gevolgen die er uit voortspruiten, toe te lichten. Het vraagstuk van de toestand en de vooruitzichten in het Oosten vergt een afzonderlijk onderzoek tengevolge van het volledig veranderen der bestaande betrekkingen tussen Europa en Amerika. Dit onderzoek kan nochtans het hoofdvraagstuk in deze brochure behandeld niet wijzigen. Zonder het Oosterse probleem aan een nauwkeurig onderzoek te onderwerpen, hebben we toch in onze twee verslagen er het belang aan gehecht dat door zijn historische omvang vereist wordt.
Het geweldig materiele overwicht der Verenigde Staten sluit automatisch elke mogelijkheid van economische heropleving van het kapitalistisch Europa uit. Indien in het verleden het Europees kapitalisme de andere delen der wereld revolutioneerde, is het nu het Amerikaans kapitalisme dat het in verval verkerende Europa omwoelt. Dit laatste heeft in zijn economische moeilijkheden geen andere uitweg dan de proletarische revolutie, het omverwerpen van de tolbarelen en de staatsgrenzen, het vormen van de Socialistische Verenigde Staten van Europa en van een federatieve unie met Sovjet-Rusland en de vrije volkeren van Azië.
De ontwikkeling van die reuzenstrijd zal zonder twijfel voor de huidige alleenheerser, de Verenigde Staten van Amerika, een revolutionair tijdperk openen.
L. Trotski
25 februari 1926.
PS — Als aanhangsel van deze brochure, geven wij een artikel dat in de Pravda van 30 juni 1923 verscheen, over het vraagstuk der Verenigde Socialistische Staten van Europa, alsook uittreksels van voordrachten en artikelen waarin we de kwestie der betrekkingen tussen Europa en Amerika behandelden. - L.T.
Voordracht gehouden de 28ste juli 1924
Tien jaren gingen voorbij sedert het uitbreken van de imperialistische oorlog. Gedurende dit tiental jaren, veranderde de wereld ontzaglijk veel, maar veel minder dan we tien jaar geleden veronderstelden en verwachtten. We beschouwen de geschiedenis vanuit het standpunt der sociale revolutie. Dit standpunt is tezelfdertijd theoretisch en praktisch. We ontleden de voorwaarden der evolutie zoals ze zich vormen zonder ons en onafhankelijk van onze wil, teneinde ze te verstaan en er door onze actieve wil op in te werken, het is te zeggen, door onze wil van georganiseerde klasse. Die twee zijden van onze marxistische methode om de geschiedenis aan te vatten, zijn innig aan elkaar verbonden. Wanneer men zich beperkt met na te gaan wat er gebeurt, komt men ten lange laatste aan het fatalisme, aan de sociale onverschilligheid, die op zekere hoogte de vorm van het mensjewisme aanneemt, waar een groot deel fatalisme en gelatenheid in de loop der gebeurtenissen, in schuilt. Wanneer men zich van de andere kant beperkt tot revolutionaire wil en activiteit, loopt men gevaar in het subjectivisme te vervallen, dat een groot aantal variëteiten telt: het anarchisme is er een van, links revolutionair socialisme een andere; ten slotte, is het aan dit subjectivisme dat al de verschijnselen die zich in het communisme zelf voordoen en welke Lenin als ‘kinderziekte van links’ bestempelde, moeten toegeschreven worden. Gans de kunst van de revolutionaire politiek bestaat in het kunnen samenbinden van de objectieve vaststelling aan de subjectieve reactie. Dit is de kern van de leninistische leer.
Ik zegde dat we de geschiedenis aanvatten vanuit het standpunt der sociale revolutie, die alle macht in de handen der werkende klasse moet doen overgaan, voor de communistische omvorming der maatschappij. Welke zijn de vereisten der sociale revolutie, in welke voorwaarden kan zij uitbreken, zich ontwikkelen en overwinnen? Die vereisten zijn heel talrijk maar men kan ze in drie en zelfs in twee groepen verenigen, de objectieve vereisten en de subjectieve.
De objectieve vereisten berusten op een bepaald ontwikkelingspeil der productieve krachten. (Dit is een elementaire voorwaarde, maar het kan soms wel goed zijn van tijd tot tijd eens tot het abc, tot de grondstellingen van het marxisme weer te keren, teneinde, met behulp van de oude methode, tot de nieuwe gevolgtrekkingen welke de huidige toestand vereist, te komen.) De hoofdvereiste der sociale revolutie is aldus een bepaalde graad van ontwikkeling der productieve krachten, een graad in dewelke het socialisme en daarna het communisme, als productiewijze en verdeling der goederen, stoffelijke voordelen meebrengt. Het is onmogelijk het communisme of zelfs het socialisme op het platteland, waar nog de primitieve werkwijze heerst, op te bouwen. Er is een zekere ontwikkeling der techniek toe nodig.
Is die ontwikkelingsgraad echter bereikt voor de gehele kapitalistische wereld? Ja, ontegenzeglijk. En wat is hiervan het bewijs? Het feit dat de grootte kapitalistische ondernemingen, de trusts, de syndicaten, in de gehele wereld de kleine en middelmatige ondernemingen overwinnen. Een economische organisatie die dus uitsluitend op de techniek der grootte ondernemingen zou berusten, die gebouwd zou zijn naar het model der trusts en der syndicaten, maar op de basis der solidariteit, die uitgebreid zou worden tot een volk, tot een staat, en dan tot de gehele wereld, zou buitengewone materiële voordelen opleveren. Deze vereiste bestaat reeds lang.
Tweede objectieve vereiste: het is nodig dat de maatschappij zodanig ontbonden weze, dat een klasse belang heeft bij de socialistische revolutie, en dat die klasse, voor wat de productie betreft, talrijk en invloedrijk genoeg zij om zelf die revolutie te voltrekken. Maar dit volstaat niet. Het is noodzakelijk dat die klasse — en laat ons nu tot de subjectieve vereiste overgaan — de toestand begrijpt, dat ze gewetensvol de verandering der bestaande orde wil, en dat zij aan haar hoofd een partij heeft die in staat is om haar op het ogenblik van de beslissende slag te leiden en haar de zegepraal te verzekeren. Dit veronderstelt echter een zekere toestand bij de heersende bourgeoisklasse, die haar invloed op de volksmassa’s moet verloren hebben, in haar eigen rangen geschokt moet wezen en tevens haar zekerheid verloren heeft. Deze toestand van de maatschappij betekent echter in werkelijkheid een revolutionaire toestand. Het is slechts op bepaalde maatschappelijke grondslagen der productie dat zich de zielkundige, politieke en organische voorwaarden voor de verwerkelijking van de opstand en dezes zegepraal, kunnen oprichten.
De tweede vereiste: klasse ontbinding, anders gezegd, de rol en de belangrijkheid van het proletariaat in de maatschappij, bestaat deze? Ja, die bestaat reeds sedert tientallen jaren. De rol van het Russische proletariaat, dat nochtans van betrekkelijk jonge vorming is, bewijst dit beter dan wat ook. Wat ontbrak er tot nu toe? De laatste subjectieve vereiste: voor het Europees proletariaat, het bewustzijn van zijn plaats in de maatschappij, een aangepaste organisatie en opvoeding, een partij in staat het te leiden. Ziedaar wat er ontbrak. Meermaals hebben wij, marxisten, niettegenstaande alle idealistische theorieën gezegd dat het bewustzijn van de maatschappij ten achteren is op haar ontwikkeling, en het sprekendst bewijs daarvan is het lot van het wereldproletariaat. De productiekrachten zijn sedert lang rijg voor het socialisme. Het proletariaat speelt sedert lang, ten minste in de voornaamste kapitalistische landen, een beslissende economische rol. Het is van het proletariaat dat gans de werking van de productie en bijgevolg ook van de maatschappij afhangt. De laatste subjectieve factor ontbreekt: het bewustzijn blijft ten achter op het maatschappelijk gebeuren.
De imperialistische oorlog was de historische straf van dit achterblijven, maar van een andere kant gaf zij aan het proletariaat een krachtige spoorslag. De oorlog had plaats omdat het proletariaat niet in staat was hem te beletten, want het was er nog niet toe gekomen bewust te zijn van zijn plaats in de maatschappij, zijn rol te begrijpen, zijn historische taak, zich te organiseren, om zich de machtsgreep tot plicht te stellen en die plicht te vervullen. De imperialistische oorlog, die de straf was niet van een fout maar van een ongeluk van het proletariaat, moest tezelfdertijd een machtige revolutionaire factor wezen.
De oorlog toonde de dringende, diepe noodwendigheid van een verandering van maatschappelijk stelsel aan. Reeds lang voor de oorlog, bood de overgang tot de socialistische maatschappij ontzaglijke voordelen aan, m.a.w., de productieve krachten hadden zich toen reeds veel beter ontwikkeld op socialistische dan op kapitalistische basis. Maar zelfs op kapitalistische basis groeiden de productieve krachten voor de oorlog snel aan, niet alleen in Amerika maar ook in Europa. Het is daarin dat de betrekkelijke rechtvaardiging van het kapitalisme bestond. Sedert de oorlog is dit tafereel gans anders: de productieve krachten, ver van te groeien, verminderen. Er kan nu slechts spraak zijn van het herstel der vernieling, maar niet van verdere ontwikkeling der productieve krachten. Deze laatste zijn meer dan ooit beklemd in het kader van het individueel bezit en in het kader der door het verdrag van Versailles gevormde staten. De gebeurtenissen der laatste tien jaren bewijzen ontegensprekelijk dat de vooruitgang van de mensheid tegenwoordig onverenigbaar is met het bestaan van het kapitalisme. In die zin was de oorlog een revolutionaire factor. Maar niet alleen in die betekenis. Door op onmeedogende wijze de ganse organisatie der maatschappij in de war te sturen heeft hij de arbeidende massa’s uit het spoor van het conservatisme en der traditie getrokken. We zijn het tijdperk der revolutie binnengetreden.
Wanneer men van dit standpunt uit de tien laatste jaren nagaat, ziet men dat ze zich in meerdere, nauwkeurig afgebakende perioden indelen. De eerste is die van de imperialistische oorlog, die meer dan vier jaren omvat (voor Rusland een weinig meer dan drie). Een nieuwe periode begint in februari, maar in het bijzonder in oktober 1917. Het is de periode der revolutionaire liquidatie van de oorlog. De jaren 1918-1919 en een deel van 1920 (ten minste voor enkele landen) waren geheel ingenomen door de liquidatie van de imperialistische oorlog en de verwachting van de proletarische revolutie in geheel Europa. Wij zagen dan de Oktoberrevolutie in Rusland, de omverwerping van de monarchieën in de centrale rijken, de machtige proletarische beweging in geheel Europa en Amerika. De laatste golven van die revolutionaire opstand van september 1920 in Italië en de maart gebeurtenissen van 1921 in Duitsland. De opstand van september 1920 in Italië viel ongeveer samen met het offensief van het Rode Leger tegen Warschau die ook deel uitmaakte van de revolutionaire stroom en met dit laatste terugweek. Men mag zeggen dat dit tijdperk van naoorlogse rechtstreekse revolutionaire drukking eindigde met de uitbarsting van maart 1921 in Duitsland. Wij hebben in het tsaristisch Rusland overwonnen waar het proletariaat zijn macht bleef behouden. De Midden-Europese monarchieën werden om zo te zeggen zonder slag of stoot omvergeworpen. Maar nergens heeft het proletariaat zich van de macht meester gemaakt, uitgenomen in Hongarije en Beieren, waar het de macht slechts een heel korte tijd kon behouden.
Het kon toen de indruk geven en het scheen in werkelijkheid aan onze vijanden dat zich een periode van herstel van het kapitalistisch evenwicht opende, een periode van heling der wonden door de imperialistische oorlog geslagen en van versteviging der burgerlijke maatschappij.
Gezien vanuit het standpunt van onze revolutionaire politiek begint die periode met een terugtrekken. Dit terugtrekken hebben wij officieel op het IIIe congres van de CI, in de helft van 1921, niet zonder een ernstige innerlijke strijd, vastgesteld. Wij stelden vast dat de eerste golf van verzet, tengevolge van de imperialistische oorlog, onvoldoende was voor de zegepraal, omdat er in Europa geen partij bestond die in staat was de overwinning te verzekeren, en ook dat de laatste grote gebeurtenis van die periode, de opstand van maart 1921 in Duitsland, gevaarvol was en klaar aantoonde dat indien de beweging op die weg voortging zij de jonge partij van de Communistische Internationale dreigde te vernietigen. Het IIIe Congres riep: ‘Achteruit! Laten we ons terugtrekken van de gevechtslijnen waarop onze Europese partijen door de naoorlogse gebeurtenissen geworpen werden’. Het is dan dat de strijd voor de invloed op de massa’s begint, de periode van geweldige en onafgebroken agitatie en organisatie, met als ordewoord het proletarisch eenheidsfront, en daarna dit van het arbeiders- en boerenblok. Die periode duurde ongeveer twee jaar. En gedurende dit korte tijdsbestek had een mentaliteit welke zich aanpaste aan een afgemeten werk van agitatie en propaganda de tijd om zich te vormen. De revolutionaire gebeurtenissen schenen voor een onbepaalde maar toch ver afgelegen toekomst uitgesteld. Nochtans, bracht in het laatste deel van deze korte periode, het conflict over de Ruhr, Europa weer in opschudding.
Op het eerste zicht kon de bezetting van de Ruhr een weinig belangrijke periode schijnen voor het bebloede en uitgeputte Europa, dat vier jaren de gruwelijkste oorlog had doorgemaakt. In de grond was die bezetting als een korte herhaling van de imperialistische oorlog. De Duitsers boden geen weerstand omdat zij er niet toe in staat waren en de Fransen bezetten de industriële streek om dewelke gans de Duitse economie zich wentelde. Duitsland, bijgevolg, en in een zekere mate ook het overige gedeelte van Europa, bevond zich in staat van oorlog. De Duitse economie, en daardoor ook de Franse economie, waren gedesorganiseerd.
Vijf jaar nadat de imperialistische oorlog de gehele wereld deed beven, de meest achteruitgebleven lagen van arbeiders in opstand had gebracht zonder ze echter naar de zegepraal te leiden, deed de geschiedenis in zekere mate een nieuwe proefneming, een nieuw onderzoek. Ik zal u een korte herhaling van de imperialistische oorlog geven, scheen ze te zeggen. Ik zal Europa’s reeds voldoende in de war gebrachte economie op haar grondvesten doen wankelen, en ik zal aan het proletariaat, aan u communistische partijen, de gelegenheid geven de tijd die gij gedurende de laatste jaren verloren hebt terug te winnen. En waarlijk, in 1923 slaat de toestand in Duitsland eensklaps en radicaal naar de revolutie over. De burgerlijke maatschappij wordt tot in haar grondvesten geschokt. De minister-president Stresemann verklaart openlijk dat hij aan het hoofd staat van de laatste burgerlijke regering in Duitsland. De fascisten zeggen: ‘Laat de communisten maar aan het bewind komen, daarna is het onze beurt.’ De Duitse staat is volledig in de war. Men herinnert zich de geweldige waardevermindering van de mark en het lot van de Duitse economie gedurende die periode. De massa’s komen spontaan tot de communistische partij. De sociaaldemocratie, die op het ogenblik de voornaamste macht is die ten dienste staat van de oude maatschappij, is gesplitst, verzwakt en haar zelfvertrouwen kwijt. De arbeiders verlaten haar rangen.
En nu, wanneer men die periode beschouwt, die bijna gans het jaar 1923 omvat, in het bijzonder het tweede half jaar, na het opgeven van het lijdelijk verzet, zegt men tot zichzelf: de geschiedenis heeft nooit gunstiger voorwaarden voor de proletarische revolutie en voor de machtsgreep geschapen en zal er waarschijnlijk nooit meer zulke bieden. Indien men aan onze jonge marxistische geleerden vroeg om zich een gunstiger toestand voor het grijpen naar de macht door het proletariaat in te denken, denk ik dat zij er niet in zouden gelukken, op voorwaarde natuurlijk dat zij zich daarbij van werkelijke en niet van ingebeelde gegevens bedienen. Een ding ontbrak. De Communistische Partij was niet voldoende gehard, klaarziende, beslist en strijdvaardig genoeg om de tussenkomst op het gepaste ogenblik te doen geschieden en daardoor de zegepraal te verzekeren. En door dit voorbeeld leren we opnieuw de rol en de belangrijkheid van een goede leiding van de Communistische Partij begrijpen, leiding die vanuit historisch oogpunt wel maar door haar belangrijkheid op verre na niet de laatste factor der proletarische revolutie is.
De nederlaag der Duitse revolutie bepaalt een nieuwe periode in de ontwikkeling van Europa en gedeeltelijk van de gehele wereld. We hebben die nieuwe periode, als de periode van het aan de macht komen der demo-pacifistische elementen der burgerlijke maatschappij gekenschetst. De fascisten hebben de plaats geruimd voor de pacifisten, de democraten, de mensjewieken, de radicalen en andere kleinburgerlijke partijen. Het staat vast dat, indien de revolutie in Duitsland gezegevierd had, het ganse historische hoofdstuk dat wij nu doorbladeren een heel andere inhoud gehad zou hebben. Indien zelfs in Frankrijk de regering Herriot aan het bewind gekomen ware, zou zij hetzelfde uitzicht niet gehad hebben en was zij van veel kortere duur geweest, ofschoon ik niet voor haar stabiliteit had ingestaan. Hetzelfde geldt voor MacDonald en alle andere variëteiten van het demo-pacifistische type.
Om de verandering die plaats had te begrijpen, moet men weten wat het fascisme en ook wat het pacifistisch reformisme, ook wel kerenskisme genoemd, is. Ik heb reeds een definitie van deze heersende opvatting gegeven maar ik zal het herhalen, want zonder een juist begrip van het fascisme en het neoreformisme heeft men heel zeker een vals politiek perspectief.
Het fascisme kan volgens de landen verschillende uitzichten, een andere sociale samenstelling hebben, m.a.w., zich in verschillende groepen ontwikkelen of aanhangers vinden; maar het is in de grond de strijdvaardige groepering van de krachten die de burgerij in het leven roept om het dreigende proletariaat in de burgeroorlog het hoofd te bieden. Wanneer het democratisch parlementair staatsapparaat bekneld is in zijn eigen innerlijke tegenstrijdigheden, wanneer de burgerlijke wettelijkheid voor de burgerij zelf een hinderpaal is, stelt deze laatste de meest strijdlustige elementen waarover zij beschikt in beweging, zij ontbindt ze van de banden der wettelijkheid, en verplicht ze met alle terroristische en vernielzuchtige methoden te handelen. Dat is het fascisme. Het fascisme dus is de staat van burgeroorlog voor de burgerij, die haar troepen verzamelt, zoals het proletariaat al zijn krachten en zijn organisaties verenigt voor de gewapende opstand op het ogenblik van de machtsgreep. Bijgevolg kan het fascisme niet van lange duur wezen; het kan de normale staat van de burgerlijke maatschappij niet zijn, evenals de staat van gewapende opstand niet de blijvende normale staat van het proletariaat zijn kan. Ofwel leidt de opstand door het fascisme gestuit naar de nederlaag van het proletariaat en dan herstelt de burgerij geleidelijk haar staatsapparaat; ofwel overwint het proletariaat, en dan is er geen plaats meer voor het fascisme, maar voor andere verhoudingen. We weten door eigen ondervinding, dat het zegevierend proletariaat over afdoende middelen beschikt om het bestaan van het fascisme, en dus met des te meer reden de ontwikkeling ervan te beletten. Aldus was de vervanging van het fascisme door de normale burgerlijke ‘orde’ van te voren reeds bepaald door het feit dat zowel de eerste (1918-1921) als de tweede (1923) aanval van het proletariaat, teruggeslagen werden. De burgerij hield stand, en zij heeft tot op een zeker punt haar vertrouwen teruggewonnen.
Op het ogenblik wordt zij in Europa niet voldoende rechtstreeks bedreigd om de fascisten te wapenen en in beweging te brengen. Maar zij gevoelt zich niet sterk genoeg om alleen te regeren. Ziedaar waarom tussen twee bedrijven van het historisch drama in, het mensjewisme noodzakelijk is. De Engelse bourgeoisie had de regering MacDonald nodig. Het Linkerblok (Bloc des Gauches) is de Franse burgerij nog meer onmisbaar.
Mag men niettemin de regering MacDonald en het Linkerblok als het regime van het kerenskisme aanzien? Wij hadden die benaming voorwaardelijk aan het reformisme gegeven, waarvan we de opkomst voor drie jaar verwachtten, toen we het samenvallen van de parlementaire evolutie naar links in Frankrijk en in Engeland met de revolutionaire veranderingen in Duitsland verhoopten. Dit samenvallen gelukte niet tengevolge van het mislukken der Duitse revolutie in oktober van verleden jaar (1923). Nu te spreken van kerenskisme waar het het Linkerblok of de regering MacDonald geldt, is blijk geven van onbegrip van de toestand.
Wat is het kerenskisme? Het is een regime waarin de burgerij niet meer hopende of nog niet hopende in de openlijke burgeroorlog te zegevieren, de gewaagdste en grootste toegevingen doet en de macht in de handen der linkse elementen van de burgerlijke democratie overgeeft. Het is het regime waar het onderdrukkingsapparaat in feite aan de handen der burgerij ontsnapt. Het is klaar dat het kerenskisme geen duurzame sociale staat uitmaken kan. Het moet eindigen ofwel met de zegepraal der aanhangers van Kornilov (voor Europa de fascisten) ofwel met die van de communisten. Het kerenskisme is het rechtstreeks voorspel van Oktober, ofschoon evenwel in alle landen Oktober niet noodzakelijk uit het kerenskisme voortspruiten moet.
Mag men in die zin het regime van MacDonald of van het Linkerblok als kerenskisme bestempelen?
Neen. De toestand in Engeland is in het geheel niet wat hij in 1917 in Rusland was. De krachten der Communistische Partij in Engeland laten niet toe het grijpen naar de macht in de naaste toekomst in aanmerking te nemen.
Er is bijgevolg ook geen basis voor het kornilovisme. Naar alle waarschijnlijkheid zal MacDonald de plaats ruimen voor de conservatieven of voor de liberalen. In Frankrijk laten de toestand van het staatsapparaat en ook de krachten der Communistische Partij niet toe te veronderstellen dat het regime van het Linkerblok rechtstreeks en snel naar de proletarische revolutie zal evolueren. Het is vanzelfsprekend dat in verband hiermede het kerenskisme buiten bespreking blijft. Een ernstige omkeer der gebeurtenissen is nodig om van het kerenskisme te kunnen spreken.
En bijgevolg stelt zich een kapitale vraag aan ons: welke is de huidige periode van het reformisme? Waarop steunt het zich? Kan het regime zich bevestigen, kan het een normale toestand gedurende een reeks van jaren worden, hetgeen natuurlijk een overeenkomstige vertraging der proletarische revolutie met zich brengen zou? Dat is de hoofdkwestie voor het ogenblik. Gelijk ik reeds gezegd heb, kan ze niet alleen op het subjectief terrein, het is te zeggen, volgens onze wensen, volgens onze lust de toestand te veranderen, opgelost worden. En zoals altijd, moet de objectieve ontleding, de juiste naar waardeschatting van hetgeen is, van hetgeen verandert en van hetgeen wordt, het vereiste van onze actie wezen. Laat ons beproeven de kwestie van dit standpunt uit aan te vatten.
Het zijn nu de reformisten die aan het bewind zijn in de voornaamste Europese landen. Het reformisme veronderstelt zekere toegevingen vanwege de bezittende klassen aan de niet bezittende, zekere kleine ‘opofferingen’ van de burgerlijke staat in het voordeel der werkende klasse. Kan men zich inbeelden dat in het huidige Europa, onvergelijkbaar veel armer dan voor de oorlog, er een economische basis voor brede en diepe sociale hervormingen bestaat? De reformisten zelf, ten minste op het vaste land, spreken heel weinig van die hervormingen. Wanneer men nu sociale hervormingen beschouwt, dan is het eerder in het burgerlijk kamp: men stelt er zich voor de achturendag af te schaffen, of liever er zekere wijzigingen aan te brengen, die hem in feite onbestaanbaar zullen maken. Maar er bestaat een praktische kwestie die verwantschap bezit met die hervormingen en die een kwestie van leven of dood voor de Europese arbeiders, en in het bijzonder voor de Duitse, Oostenrijkse, Hongaarse, Poolse en zelfs Franse arbeiders is. Het is de kwestie van de stabilisatie der wisselkoersen. De stabilisatie van het geld, mark, kroon en frank, die de stabilisatie der lonen met zich brengt en belet dat ze in waarde verminderen. Dit is een kwestie van kapitaal belang voor het proletariaat van het Europees vasteland. Het is onbetwijfelbaar dat de betrekkelijke en volstrekt wankele successen, welke met de muntstabilisatie verkregen zijn een der hoofdvoorwaarden uitmaken van het reformistisch pacifistisch tijdperk.
Indien in Duitsland de mark ineenstortte zou er de revolutionaire toestand zich integraal weer voordoen, en indien de Franse frank voortging met in waarde te verminderen, gelijk hij het voor enkele maanden deed, dan ware het lot van het ministerie Herriot nog problematischer dan nu.
De kwestie van het neoreformisme die zich aan ons stelt moet dus op de volgende wijze geformuleerd worden: op wat steunt de hoop van een consolidatie, van een betrekkelijk en tijdelijk economisch evenwicht en in het bijzonder de hoop op de stabilisatie der munt en der lonen? Wat veroorlooft die hoop en in hoever is ze gegrond? Die kwestie dwingt ons de hoofdfactor der hedendaagse geschiedenis der mensheid, de Verenigde Staten ,in ogenschouw te nemen. Over het lot van Europa en het wereldproletariaat willen redeneren zonder rekenschap te houden met de kracht en belangrijkheid van de Verenigde Staten is in zekere mate zonder de waard rekenen. Want New York en Washington — de Amerikaanse regering — is de meester van de kapitalistische mensheid. We zien het nu bijvoorbeeld door het plan der experten. Europa, gisteren nog zo machtig, zo fier op zijn cultuur en zijn historisch verleden, moet nu van de andere zijde van de Atlantische Oceaan een generaal Dawes laten komen, die misschien niet heel verstandig of zelfs misschien in het geheel niet verstandig is, om uit de warboel van tegenstrijdigheden en ongelukken die het zichzelf op het hoofd haalde te geraken. Die man komt aan, zet zich als opperste rechter aan de tafel neer, en zelfs zoals sommige vertellen met de voeten erop, en maakt een juist plan van de wijze en termijnen van herstelling van Europa. Daarna onderwerpt hij dit plan aan de Europese regeringen opdat zij er zich naar zouden gedragen. En zij zullen er zich naar gedragen. Hughes, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, doet een niet officiële rondreis in Europa, tezelfdertijd organiseren Herriot en MacDonald een hoogst officiële conferentie. Achter de conferentie, achter de schermen bevindt zich Hughes, die eist en gebiedt. Waarom? Omdat hij de macht heeft. In wat bestaat die macht? In het kapitaal, in de rijkdom, in een buitengewone economische sterkte.[1]
De vroegere ontwikkeling van Europa en van de gehele wereld geschiedde, in een buitengewone mate onder de leiding van Engeland. Engeland had het eerst steenkool en het ijzer in een grote mate weten te gebruiken, en bijgevolg zich ook de leiding van de wereld voor een lange tijd weten te verzekeren. Met andere woorden, het verwezenlijkte op politiek gebied zijn economisch overwicht en trok er profijt uit in zijn internationale betrekkingen. Het overheerste Europa, door het ene land tegenover het andere te stellen, door leningen toe te staan of te weigeren, door de strijd tegen de Franse Revolutie geldelijk te steunen, enz. Het speelde baas over de gehele wereld. Maar zijn overwicht, op het ogenblik van zijn grootste bloei, is niets in vergelijking met dat waarover de Verenigde Staten heden beschikken, over de rest van de wereld, Engeland meegerekend. En dat is de kapitale kwestie van de Europese- en wereldgeschiedenis. Dit niet begrijpen betekent onbekwaam te zijn het toekomstig hoofdstuk van onze geschiedenis te verstaan. Het is niet bij toeval dat generaal Dawes de oceaan overstak, en dat we verplicht zijn te weten dat hij Dawes heet en dat hij de titel van generaal voert. Hij heeft verscheidene Amerikaanse bankiers met zich, die de papieren van de Europese regeringen onderzoeken en verklaren: ‘We laten dit niet toe, we eisen dat’. Waarom die gebiedende toon? Omdat heel het systeem der herstellingen schipbreuk zal lijden indien Amerika de eerste storting, 800 miljoen goudmark, voor het verzekeren van de Duitse munt, niet volbrengt. Van Amerika hangt de stabilisatie of de val van de frank, en in een mindere mate ook van het pond sterling af. De mark, de frank en het pond sterling spelen echter een zekere rol in het leven der volkeren.
Het is niet van vandaag, dat Amerika zich geheel en voor altijd op de baan van een werkzame imperialistische wereldpolitiek gewaagd heeft. De ommekeer in zijn politiek dagtekent van het einde der XIXe eeuw. De Spaans-Amerikaanse oorlog had plaats in 1898; de Verenigde Staten maakten zich toen meester van Cuba en daardoor verzekerden zij zich de sleutel van het Panamakanaal, en daardoor een uitweg op de Stille Oceaan, naar China en het Aziatisch vasteland.
In 1900 heeft voor de eerste maal in de geschiedenis van de Verenigde Staten de uitvoer van de industriële producten hun uitvoer overtroffen. Zo kon Amerika een actieve wereldpolitiek ondernemen.
In 1903 scheurt Amerika de provincie Panama van Colombia af, en doet de onafhankelijkheid ervan uitroepen en erkennen. Het handelt eveneens zo met de Hawaï eilanden en, naar ik meen, ook met de Samoa eilanden. Wanneer het een gebied wil aanhechten of een land onder voogdijschap stellen, richt het een kleine binnenlandse revolutie in en komt vervolgens tussen om de orde te herstellen — hetzelfde wat Dawes nu voor het, door de met de hulp van Amerika gevoerde oorlog, geruïneerd Europa, doet. In 1903 verzekeren de Verenigde Staten zich aldus de landengte van Panama, boren het kanaal, waarvan de voleindiging in 1920 in de ware zin van het woord een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Amerika en de ganse wereld opent. De Verenigde Staten hebben radicaal de aardrijkskunde in het voordeel van het Amerikaans kapitalisme verbeterd. Zoals men weet is hun industrie geconcentreerd in het oostelijk gedeelte van het land, naar de Atlantische Oceaan toe. Het westelijk gedeelte is voornamelijk landbouwgebied. De Verenigde Staten voelen zich voornamelijk tot China, met zijn 400 miljoen inwoners en zijn onmeetbare rijkdommen, aangetrokken. Door het kanaal van Panama baant zich hun industrie naar het Westen een zeeweg, die haar een besparing van verscheidene duizenden kilometers toelaat. De jaren 1898, 1900, 1914 en 1920, zijn de mijlpalen van de imperialistische weg waarop de Verenigde Staten zich stoutmoedig begeven hebben.
De wereldoorlog was de voornaamste van deze mijlpalen. De Verenigde Staten zijn slechts op het laatste ogenblik bijgesprongen, drie jaar hebben ze gewacht alvorens aan hun ‘onzijdigheid’ te verzaken. Meer nog, twee maanden voor hun tussenkomst, verklaarde Wilson dat er geen sprake zijn kon van de deelneming van Amerika aan de bloedige dwaasheid der Europese volkeren. Gedurende drie jaar stelden de Verenigde Staten zich tevreden met het bloed der Europese ‘waanzinnigen’ methodisch in dollars om te zetten. Maar op het ogenblik dat de oorlog dreigde met de overwinning van Duitsland, hun gevaarlijkste mededinger, te eindigen, kwamen ze tussen en dit besliste over het einde van de strijd.
Opmerkenswaardig feit: uit belang voedde Amerika de oorlog met zijn industrie, uit belang kwam het tussen teneinde een gevaarlijke mededinger te verpletteren en nochtans behoudt het een sterke faam van vredelievendheid. Dit is een der paradoxen der geschiedenis, paradox die niets verheugends voor ons heeft en ook nooit hebben zal. Het Amerikaans imperialisme, essentieel, brutaal, hebzuchtig, onvermurwbaar heeft, dankzij de bijzondere voorwaarden van Amerika, de mogelijkheid zich in de mantel van het pacifisme te hullen, iets wat de imperialistische avonturiers van de oude wereld niet doen kunnen. Er zijn daar geografische en historische redenen toe. De Verenigde Staten hadden geen behoefte om een leger te onderhouden. Waarom? Omdat ze door onmetelijke oceanen van hun mededingers gescheiden zijn. Engeland is een eiland, het is een van de beslissende factoren van zijn karakter, tezelfdertijd als een van zijn bijzonderste voordelen. De Verenigde Staten zijn eveneens een uitgestrekt eiland ten opzichte van de groep der oude werelddelen. Engeland beschermt zich door zijn vloot. Maar wanneer men erin gelukt zijn zeefront te doorboren, is het gemakkelijk te veroveren want het is slechts een smalle strook grond. Maar beproef de Verenigde Staten te veroveren. Het is een eiland dat tezelfdertijd al de voordelen van Rusland, de onmetelijkheid van zijn grondgebied bezit. Zelfs zonder vloot zijn de Verenigde Staten om zo te zeggen onkwetsbaar tengevolge van hun uitgestrekte oppervlakte. Ziedaar de essentiële geografische reden die hen toeliet zich met het pacifistisch masker te bedekken. Waarlijk, in tegenstelling met Europa en de andere landen had Amerika tot nu toe geen leger. En wanneer het er een gaat inrichten, is het omdat men het er toe dwong. Wie heeft het gedwongen? De barbaren, de keizer, de Duitse imperialisten.
Het is in de geschiedenis dat men de tweede reden van de pacifistische faam der Verenigde Staten zoeken moet. Deze laatsten kwamen pas in het wereldstrijdperk toen reeds de ganse aardbol veroverd, verdeeld en verdrukt was. Het is daarom dat de imperialistische vooruitgang der Verenigde Staten zich voordoet onder de ordewoorden: ‘Vrijheid der zeeën’, ‘Open deur’, enz., enz. Wanneer dan Amerika verplicht is openlijk een militaire schurkenstreek te verrichten, valt de verantwoordelijkheid ervan, in de ogen van zijn eigen bevolking, en in een zekere mate van de ganse mensheid, alleen op de rug van de achterlijke burgers van het overige van de wereld.
Wilson hielp Duitsland van kant brengen, daarom kwam hij in Europa gewapend met zijn veertien punten, waardoor hij de algemene voorspoed, de universele vrede, de straf van de verantwoordelijke keizer beloofde, het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, de heerschappij der gerechtigheid, enz., enz., uitriep. En gedurende lange maanden geloofden de kleinburgers en zelfs een groot deel der Europese arbeiders in het evangelie van Wilson. Vertegenwoordiger van het Amerikaanse kapitalisme, dat zich met bloed besmeurde door de Europese oorlog aan te wakkeren, verscheen die provinciale professor als de apostel van het pacifisme en der verzoening. En allen zegden: Wilson zal de vrede brengen, Wilson zal Europa herstellen. Maar Wilson slaagde er niet in om ineens te bekomen, wat Dawes met zijn geleide van bankiers nu verwezenlijkte, en gebelgd keerde hij de rug naar Europa toe en ging naar huis. Welke waren dan niet de kreten der pacifisten en sociaaldemocraten tegen de waanzinnigheid der Europese bourgeoisie, die zich niet met Wilson had willen verstaan, en de pacificatie en het geluk van Europa niet had weten te verwezenlijken.
Wilson werd opzij gezet. De republikeinse partij kwam aan het bewind. Amerika maakte dan een periode van handels- en industriële voorspoed door bijna alleen te steunen op de buitenlandse markt, het is te zeggen, op een tijdelijk evenwicht tussen de nijverheid en de landbouw, tussen het Westen en het Oosten van het land. Die voorspoed duurde slechts twee jaar: hij eindigde in 1923. Maar sedert de laatste lente kwamen er onweerlegbare tekens van een handels- en nijverheidscrisis te voorschijn, voorafgegaan ten andere van een geweldige landbouwcrisis, die de landbouwstreken van het land wreed geteisterd heeft. En zoals altijd gaf die crisis nieuw bloed, nieuw leven aan het imperialisme. Het financieel kapitaal zond zijn vertegenwoordigers naar Europa om het gedurende de imperialistische oorlog begonnen en door de vrede van Versailles voortgezette werk, het is te zeggen, het onder economische voogdij stellen van Europa, te voleindigen.
Wat wil het Amerikaanse kapitaal? Waar wil het naartoe? Het zoekt, zegt men, de stabiliteit. Het wil in zijn voordeel de Europese markt herinrichten, het wil aan Europa zijn koopkracht weergeven. Op welke mannier? In welke mate? Waarlijk, het Amerikaanse kapitaal kan zich van Europa geen mededinger willen maken. Het kan niet aannemen dat Engeland en meer nog, Duitsland en Frankrijk, hun markten opnieuw veroveren, omdat het zelf in het nauw zit, omdat het producten en ook zichzelf uitvoert. Het zoekt het meesterschap over de wereld, en wil de heerschappij van Amerika op onze planeet verwezenlijken. Wat moet het doen ten opzichte van Europa? Het moet, zegt men, de vrede doen heersen. Op welke manier? Onder zijn hegemonie. Wat betekent dat? Dat het Europa moet toelaten zich op te richten, maar enkel tot op een goed bepaalde hoogte, en bepaalde en beperkte delen van de wereldmarkt toe te staan. Het Amerikaans kapitalisme beveelt tegenwoordig aan de diplomaten. Het bereidt zich voor ook de Europese banken en trusts, de ganse Europese bourgeoisie te bevelen. Daar wil het naartoe. Het zal de Europese bankiers en industriëlen vast bepaalde delen van de markt toewijzen. Het zal hun werkzaamheid regelen. In een woord, het wil het kapitalistisch Europa op rantsoen stellen, met andere woorden, het aanduiden hoeveel tonnen, liters of kilogrammen van deze of gene grondstof het recht heeft te kopen of te verkopen.
Reeds in de thesissen voor het derde Congres der CI schreven we dat Europa gebalkaniseerd is. Dit balkaniseren wordt nu voortgezet. De Balkanstaten hadden altijd beschermers in de persoon van het tsaristisch Rusland of van Oostenrijk-Hongarije, die hun de verandering in hun politiek, van hun regeerders of zelfs van hun dynastieën (Servië) opdrong. Nu bevindt zich Europa in dezelfde toestand ten opzichte van de Verenigde Staten en ten dele van Engeland. Naarmate hun tegenstellingen zich zullen ontwikkelen, zullen de Europese regeringen hulp en bescherming gaan zoeken te Washington en te Londen; de verandering der partijen en regeringen zal in laatste instantie bepaald worden door het Amerikaans kapitaal, dat Europa zal aanduiden hoeveel het drinken en eten zal... Het rantsoeneren is niet altijd zeer aangenaam, we weten het bij ondervinding. Het streng beperkt rantsoen dat de Amerikanen voor de Europese volkeren zullen opmaken zal echter ook van toepassing voor de heersende klassen niet alleen van Duitsland en Frankrijk, maar ten langen laatste ook van Engeland zijn. Engeland moet deze mogelijkheid inzien. Maar Amerika, zegt men, gaat met Engeland samen, er is een Angelsaksisch blok gevormd, er bestaat een Angelsaksisch kapitaal, een Angelsaksische politiek; de voornaamste tegenstelling in de wereld is die welke Amerika en Japan verdeelt. Zo spreken is zijn onbegrip van de toestand tonen. De voornaamste tegenstelling in de wereld is de Engels-Amerikaanse. Dit zal de toekomst meer en meer aantonen.
Maar laten wij, alvorens deze belangrijke kwestie aan te vatten, nagaan welke rol het Amerikaanse kapitaal aan de radicalen en de Europese mensjewieken, aan de sociaaldemocratie in dit Europa dat op rantsoen wordt gesteld, voorbehoudt.
De sociaaldemocratie moet die nieuwe toestand voorbereiden, het is te zeggen, het rantsoeneren van Europa door het Amerikaans kapitaal politiek helpen doorvoeren. Wat doet op dit ogenblik de Duitse en Franse sociaaldemocratie, wat doen de socialisten van gans Europa? Zij voeden zich zelf op in de godsdienst van het Amerikanisme, en trachten ook de arbeiders massa’s erin op te voeden; zij maken van het Amerikanisme, van de rol van het Amerikaans kapitaal in Europa, een nieuwe politieke godsdienst. Zij trachten de arbeidende klasse te overtuigen dat zonder het in de grond vredelievend Amerikaans kapitaal, zonder de leningen van Amerika, Europa de storm niet doormaken zal. Zij zijn in oppositie tegen hun burgerij, gelijk de Duitse sociaalpatriotten, niet van het standpunt der proletarische revolutie uit, zelfs niet om hervormingen te bekomen, maar om aan te tonen dat die burgerij onverdraagzaam, egoïstisch, chauvinistisch is en niet in staat zich met het vrede- en menslievend, democratisch Amerikaans kapitaal te verstaan.
Dit is de fundamentele kwestie van het politiek leven van Europa, en in het bijzonder van Duitsland. Met andere woorden, de Europese sociaaldemocratie wordt tegenwoordig het politieke agentschap van het Amerikaans kapitaal. Is het een onverwacht feit? Neen, want de sociaaldemocratie, die de agent der bourgeoisie was, moest fataal in zijn politieke ondergang, de agent der sterkste, der machtigste burgerij, van de bourgeoisie der bourgeoisiën, het is te zeggen, der Amerikaanse bourgeoisie worden. Daar het Amerikaans kapitaal de taak op zich neemt Europa een te maken, er de vrede te doen heersen, om het de vraagstukken der herstellingen en andere te leren oplossen en de koordjes van de beurs in handen heeft, wordt de afhankelijkheid der Duitse en Franse sociaaldemocratie, ten opzichte der Duitse en Franse bourgeoisiën, meer en meer een afhankelijkheid ten opzichte van de meester van die bourgeoisiën. Het Amerikaans kapitaal speelt nu de baas in Europa. En het is natuurlijk dat de sociaaldemocratie politiek afhankelijk wordt van de baas van haar bazen. Dit is een essentieel feit voor het begrip van de huidige toestand en de politiek van de IIe Internationale. Zich daar geen rekenschap van geven, betekent de gebeurtenissen van vandaag en morgen niet kunnen begrijpen, het is slechts de oppervlakte der zaken zien en zich met algemene frasen tevreden stellen.
De sociaaldemocratie bereidt het terrein aan het Amerikaans kapitalisme voor, maakt zich tot zijn heraut, spreekt van zijn weldoende rol, vereffent het terrein, begeleidt het met zijn wensen, verheerlijkt het. Dit is geen klein werk. Vroeger liet het imperialisme zich een weg door de missionarissen banen, die door de wilden gewoonlijk van kant gemaakt en zelfs dikwijls opgegeten werden. Om hun dood te wreken zond men dan troepen, daarna handelaars en beheerders. Om Europa te koloniseren, om er zijn dominion van te maken had het Amerikaans kapitaal niet nodig missionarissen uit te zenden. Ter plaatse zelf bevond zich reeds een partij die het evangelie van Wilson en Coolidge, de heilige Schriftuur der Beurzen van New York en Chicago aan de volkeren moest prediken. Daarin bestaat de huidige zending van het Europees mensjewisme. Maar de ene dienst is de andere waard. De mensjewieken trekken uit hun toewijding talrijke voordelen.
Enige tijd geleden aldus, gedurende de perioden van scherpe burgeroorlog, heeft de Duitse sociaaldemocratie de gewapende verdediging der burgerij op zich moeten nemen, van die burgerij welke hand in hand met de fascisten ging. Noske is waarlijk een symbolisch figuur van de naoorlogse politiek der Duitse sociaaldemocratie. Tegenwoordig speelt deze laatste een gans andere rol, ze kan zich de weelde veroorloven oppositie te voeren. Ze kritiseert haar burgerij en brengt daardoor een zekere afstand tussen zichzelf en de partijen van het kapitaal. Op welke manier kritiseert zij? Gij zijt egoïstisch, kwaaddoend, dom, zegt het tot het kapitaal, maar aan de andere zijde van de Atlantische Oceaan is er een rijke, machtige, vredelievende, reformistische, menslievende burgerij, die opnieuw tot ons komt, die ons 800 miljoen mark wil geven om onze munt te herstellen en gij springt recht, gij durft het aan u tegen haar te verzetten alhoewel gij ons vaderland in de ellende hebt gestort. Wij zullen u onmeedogend ontmaskeren voor de Duitse volksmassa’s. En dit zegt zij op een bijna revolutionaire toon, terwijl ze de Amerikaanse burgerij verdedigt.
Hetzelfde geldt voor Frankrijk. Aangezien de politieke toestand er beter is en de frank er niet te erg aan toe is, speelt de sociaaldemocratie er haar rol weer in het duister, maar in werkelijkheid doet zij juist hetzelfde als de Duitse sociaaldemocratie. De partij van Leon Blum, Renaudel, Jean Longuet, draagt geheel en al de verantwoordelijkheid van de vrede van Versailles en de bezetting van de Ruhr. En waarlijk, het is ontegensprekelijk dat de regering Herriot, gesteund door de socialisten, voor het behoud van de bezetting van de Ruhr is. Maar voor het ogenblik hebben de Franse socialisten de mogelijkheid om aan hun bondgenoot Herriot te zeggen: ‘De Amerikanen eisen dat gij onder zekere voorwaarden de Ruhr ontruimt; doet het, wij ook eisen het nu.’ Zij eisen niet om aan de wil en de kracht van het Franse proletariaat uitdrukking te geven, maar om de Franse bourgeoisie aan de Amerikaanse ondergeschikt te maken. Vergeet ten andere niet dat de Franse burgerij 3 miljard 700 miljoen dollar aan de Amerikaanse schuldig is. Dit is een belangrijke som. Amerika kan, wanneer het wil, de frank de berg laten afrollen. Zeker, het zal het niet doen, het kwam naar Europa om er de orde te doen heersen en niet om er puin opeen te hopen. Alles hangt van Amerika af. Het is daarom dat voor die grote schuld, de argumenten van Renaudel-Blum en consorten genoegzaam overtuigend aan de Franse burgerij toeschijnen.
Tezelfdertijd bekomt de sociaaldemocratie, in Duitsland, in Frankrijk en elders de mogelijkheid tegen de burgerij te opposeren, om in zekere concrete vraagstukken een ‘oppositiepolitiek’ te voeren, en daardoor het vertrouwen van een bepaald gedeelte der werkende klasse voor zich te winnen.
Meer nog, de reformistische partijen der verschillende landen van Europa bezitten nu een zekere mogelijkheid om een gemeenschappelijke actie te voeren. Nu reeds vertoont de Europese sociaaldemocratie een organisme dat genoegzaam eenheid bezit. Dit is, in zekere mate, een nieuw feit. Feitelijk, sedert tien jaar, sedert het begin van de oorlog, kon ze niet in blok tussenkomen. Nu kan zij het, en de mensjewieken komen tussen om in koor Amerika, zijn programma, zijn eisen, zijn vredelievendheid, zijn grote zending te ondersteunen. De IIe Internationale, dit halfdode lichaam, galvaniseert zich dan ook een weinig. Evenals de Internationale van Amsterdam herstelt zij zich. Zeker, zij zal niet zijn wat zij voor de oorlog was. Zij zal haar macht van vroeger niet terugwinnen, het is onmogelijk het verleden te doen herleven en de Communistische Internationale uit de geschiedenis weg te schrappen. Het is onmogelijk het beeld van de imperialistische oorlog uit te wissen, die een geweldige slag voor de IIe Internationale betekende. Niettegenstaande dit alles, tracht deze laatste zich op te beuren, terug op te staan, met de Amerikaanse krukken te lopen. Gedurende de imperialistische oorlog waren de Duitse en Franse sociaaldemocratieën openlijk aan hun wederkerige burgerijen gebonden. Kon er een Internationale bestaan wanneer de partijen elkander bestreden, beschuldigden, bezwadderden? Er bestond geen mogelijkheid het masker van het internationalisme op te zetten. Op het ogenblik dat de vrede gesloten werd, was het eveneens het geval. Versailles was slechts het bestendigen van de resultaten van de imperialistische oorlog in de diplomatische documenten. Was er toen plaats voor de solidariteit? Heel zeker, neen. Gedurende de periode van de bezetting van de Ruhr was het eveneens zo. Maar nu komt het Amerikaanse kapitaal in Europa en verklaart: volkeren, ziedaar een herstellingsplan, mijnheren de mensjewieken ziedaar een programma. En dit programma wordt door de sociaaldemocratie als basis voor haar activiteit aanvaard. Dit nieuwe programma brengt de Duitse, Franse, Engelse, Hollandse, Zwitserse sociaaldemocratieën te samen. Feitelijk denkt de Zwitserse kleinburger dat zijn vaderland meer uurwerken zal kunnen verkopen wanneer Amerika de orde en de vrede in Europa zal hersteld hebben. En heel de kleinburgerij, die zich door de sociaaldemocratie uitdrukt, vindt haar geestelijke eenheid terug in het programma van het amerikanisme. Met andere woorden, de IIe Internationale bezit nu een eenheidsprogramma: dit welke haar door generaal Dawes uit Washington meegebracht werd.
Opnieuw, dezelfde paradox: wanneer het Amerikaans kapitalisme een deugnietenstreek begaat, heeft het de volstrekte mogelijkheid dit te doen, door zich voor een hervormer, een vredebemiddelaar, een verwezenlijker van menslievende doeleinden te laten doorgaan, terwijl het voor de sociaaldemocratie een platform schept dat onvergelijkbaar meer voordelen biedt dan het nationaal platvorm, hetwelk de sociaaldemocratie gisteren bezat. De nationale burgerij is dichtbij, zij wordt door iedereen gezien, terwijl het Amerikaanse kapitaal ver af is, en het moeilijk is zijn zaken, die niet altijd van de zuiverste zijn, te doorgronden; maar in Europa komt het in de hoedanigheid van vredesbemiddelaar tussen: zijn kolossale macht, zonder voorgaande in de geschiedenis, zijn rijkdom vooral boezemen ontzag in aan de kleinburgerij en sociaaldemocratie. Ik zal u terloops zeggen dat ik gedurende dit laatste jaar door mijn ambt verplicht was besprekingen te voeren met enkele Amerikaanse senatoren van de republikeinse en democratische partijen. Oppervlakkig gezien, lijken het buitenmensen. Ik ben er niet zeker van of ze de aardrijkskunde van Europa machtig zijn en denk eerder van niet, maar wanneer zij over politiek handelen, drukken zij zich op de volgende manier uit: ‘Ik zei aan Poincaré’, ‘Ik deed aan Curzon opmerken’, ‘Ik legde aan Mussolini uit’. In Europa gevoelen zij zich als in een veroverd land. Een rijk geworden fabrikant in gecondenseerde melk, conserven of een ander product, spreekt op een beschermende toon over de invloedrijkste politiekers van Europa. Hij voorziet dat hij weldra de meester zijn zal, hij voelt zich reeds de meester. En het is daarom dat de berekeningen van de Engelse burgerij, die haar besturende rol wil bewaren, in het water zullen vallen.
De belangrijkste wereldtegenstelling is die welke bestaat tussen de belangen van de Verenigde Staten en die van Engeland. Waarom? Omdat Engeland na de Verenigde Staten nog altijd het rijkste en het machtigste land is. Het is de voornaamste mededinger van Amerika, het is de bijzonderste hinderpaal op zijn weg. Wanneer men ertoe komt de macht van Engeland te ondermijnen, om het machteloos te maken of zelfs om het omver te werpen, wat zal er overblijven?[2]
Zeker de Verenigde Staten zullen over Japan zegevieren. Zij hebben al de troeven in de hand: het geld, het ijzer, de steenkolen, de petroleum; zij worden politiek bevoordeligd in hun betrekkingen met China, dat zij van Japan willen ‘bevrijden’. Amerika wil altijd iemand bevrijden, het is in zekere zin hun beroep. Aldus, is de voornaamste tegenstelling die welke tussen Engeland en de Verenigde Staten bestaat. Het verergert van dag tot dag. De Engelse burgerij voelt zich niet zeer op haar gemak sedert de vrede van Versailles. Zij weet wat het klinkende en doorslaggevende geld waard is, het is haar onmogelijk niet te zien dat de dollar het pond sterling voorbijloopt. Zij weet dat dit overwicht, die superioriteit zich onvermijdelijk in de politiek moet uiten. Zij zelf heeft de macht van het pond zoveel als het maar mogelijk was in haar internationale politiek uitgebaat, en nu gevoelt ze dat het tijdperk van de dollar zich opent. Zij zoekt zich te troosten, zich met illusies te voeden. De ernstige Engelse bladen zeggen: ja, de Amerikanen zijn zeer rijk, maar per slot van rekening zijn het maar buitenmensen. Zij kennen de wegen van de wereldpolitiek niet. Wij, Engelsen, hebben onvergelijkbaar meer ondervinding. De Yankees hebben onze raadgevingen, onze leiding nodig, en wij, Engelsen, zullen die plotseling verrijkte buitenfamilie op de weg der wereldpolitiek leiden, wat ons niet beletten zal onze overheersende plaats te behouden en op de koop toe een goed commissieloon te ontvangen. Heel zeker is daar een deel waarheid in. Zoals ik het reeds gezegd heb is het niet zeker dat de Amerikaanse senatoren de aardrijkskunde van Europa machtig zijn, echter om grote zaken op ons vasteland te verrichten is het nodig er de aardrijkskunde van te kennen. Maar is het zo moeilijk voor een bezittende klasse kennis op te doen? Wanneer de burgerij snel rijk wordt, is het haar niet moeilijk zich de kunsten en de wetenschappen eigen te maken. De zonen van onze Morozov en Mamontov geleken bijna op erfelijke lords. Voor de verdrukte klasse, voor het proletariaat is het moeilijk zich te ontwikkelen, zich aan alle elementen der cultuur aan te passen. Maar dit is gemakkelijk voor de bezittende klasse, in het bijzonder wanneer zij zo rijk is als de Amerikaanse bourgeoisie. Die laatste zal specialisten van allerlei aard vinden, vormen of kopen. De Amerikaan begint zich nog maar rekenschap te geven van zijn wereldbelangrijkheid; bij hem ook is het bewustzijn achter op de werkelijkheid. Men moet de kwestie niet beschouwen zoals ze zich op dit ogenblik aan onze ogen voordoet, maar in haar vooruitzichten. De Amerikaan echter, zal binnenkort helemaal zijn kracht en bijgevolg ook zijn rol weten te verstaan.
De economische macht der Verenigde Staten liet zich nog niet geheel en al gevoelen, maar zij zal zich in alles doen gevoelen. Datgene waarover het kapitalistisch Europa in de wereldpolitiek beschikt, zijn de overblijfselen van zijn vervlogen economische macht, van zijn oude wereldinvloed, die niet meer met de hedendaagse materiële voorwaarden overeenkomt. Amerika leerde weliswaar nog niet zijn economische macht verwezenlijken. Maar het leert het snel ten nadele van Europa. Enige tijd nog zal het Engeland nodig hebben om het op de wegen van de wereldpolitiek te leiden. Maar het zal niet veel tijd nodig hebben om het te evenaren en voorbij te draven op dit gebied. Een bezittende klasse die zich verheft, verandert snel van karakter, van fysionomie en van werkmethoden. Zie, bijvoorbeeld de Duitse burgerij. Is het reeds zo lang geleden dat de Duitsers aanzien werden als schuchtere dromers met blauwe ogen, als een volk van dichters en denkers. Enkele tientallen jaren van kapitalistische ontwikkeling echter, volstonden om van de Duitse bourgeoisie, de brutaalste, de meest aanvallende, de sterkst gepantserde imperialistische klasse te maken. De straf liet weliswaar niet lang op zich wachten. En opnieuw veranderde het karakter van de Duitse burger. Hij past zich snel, in het Europees strijdperk, aan de gewoonten en de denkwijzen van een geslagen hond aan. De Engelse burgerij is ernstiger. Haar karakter vormde zich in de loop van verscheidene eeuwen. Haar klassengevoel is diep in haar geankerd, en het zal moeilijker zijn haar haar mentaliteit van meesteres van het heelal, te doen verliezen. Maar de Amerikanen komen ertoe wanneer zij willen en dit zal zich binnenkort voordoen.
Tevergeefs troost zich de Engelse burgerij met de gedachte dat ze de aan ondervinding armen Amerikaan zal leiden. Zeker zal er een overgangstijdperk zijn. Maar het voornaamste is niet de diplomatische ondervinding, maar wel de werkelijke kracht, het is het kapitaal, het is de industrie. De Verenigde Staten echter bezitten op economisch gebied de eerste plaats in de wereld. Hun productie van voorwerpen, van eerste noodwendigheid beloopt van een derde tot twee derden van de totale wereldproductie. Zij brengen de twee derden (in 1923 zelfs de 72 p.h.) van de aardolie die tegenwoordig een uitzonderlijke militaire en industriële rol speelt, voort. Zij klagen weliswaar dat hun aardoliebronnen uitgeput geraken. De eerste tijden na de oorlog dacht ik dat die klachten enkel ten doel hadden de openbare opinie voor te bereiden op de in beslagname van de petroleum van andere landen. De geologen nochtans bevestigen dat indien Amerika voortgaat in de huidige verhoudingen aardolie te verbruiken, het er nog slechts voor een 25 à 40 jaar heeft. Maar op het einde van deze termijn zal het, dank zij haar industrie en haar vloot, reeds de tijd gehad hebben zich van de aardolie van de andere landen meester te maken, zodanig dat wij geen reden hebben ons daarover ongerust te maken.
De wereldpositie van de Verenigde Staten drukt zich uit door onbetwistbare cijfers. De productie van graan bedraagt het vierde van de wereldproductie, die van haver de helft, die van maïs drievierden. De Verenigde Staten brengen de helft van de kolen voort, de helft van het ijzererts, 60 t.h. van het staal, 60 t.h. van het koper, 47 t.h. van het zink. Hun spoorwegnet bedraagt 37 t.h. van het net van de gehele wereld. Hun handelsvloot, die bijna niet bestond voor de oorlog, bedraagt nu 25 t.h. van de tonnenmaat van de gehele wereld. Ten slotte, de Verenigde Staten bezitten 84 t.h. van de automobielen der gehele wereld. Indien zij in de goudproductie een betrekkelijk geringe plaats bekleden (14 t.h.), dient niet vergeten te worden dat dank zij hun actieve handelsbalans, zij 44,2 t.h. van het op de wereld bestaande goud samengebracht hebben. Hun nationaal inkomen is twee en half maal zo groot als dat van Engeland, Frankrijk, Duitsland en Japan te samen genomen. Die cijfers beslissen over alles. Zij zullen de weg voor Amerika, en te lande en ter zee en ter lucht, bakenen.
Wat voorspellen ze voor Engeland? Niets goeds. Zij betekenen dat Engeland het lot der andere kapitalistische landen niet ontgaan zal, dat het de rantsoenering zal moeten aanvaarden. Maar wanneer het er zich openlijk zal moeten in schikken, zal het niet op Curzon, die te onbuigzaam is, maar op MacDonald beroep doen. De politiekers der Engelse bourgeoisie, zullen nooit die vernedering door hun land doen aanvaarden. De vrome welsprekendheid van MacDonald, van Henderson, van de Fabians zal nodig zijn om drukking op de Engelse bourgeoisie uit te oefenen en de arbeiders te overtuigen. ‘Zullen wij met Amerika oorlog voeren?’ zullen zij vragen. ‘Neen, we zijn voor de vrede, voor een overeenkomst’. Wat zal echter de overeenkomst met ‘Uncle Sam’ zijn? De voornoemde cijfers tonen het uiterst welsprekend aan. ‘Aanvaardt de rantsoenering, ziedaar de enige mogelijke overeenkomst. En indien ge die niet wilt bereidt u dan tot de oorlog voor. ’
Tot nu toe ging Engeland stap voor stap voor Amerika achteruit. Aldus nodigde president Harding enige tijd geleden, Frankrijk, Japan en Engeland te Washington uit en stelde dit laatste heel rustig voor de ontwikkeling van zijn vloot te beperken. Zoals men weet hield Engeland zich voor de oorlog aan het beginsel volgens hetwelk zijn vloot sterker moest wezen dan de vloten der twee sterkste zeemogendheden te samen. De Verenigde Staten maakten een einde aan die staat van zaken. Te Washington was Harding, zoals het paste, zijn rede begonnen met te zeggen ‘het geweten der beschaving is ontwaakt’ en eindigde ze met te verklaren: ‘de verhouding van onze zeekrachten zal de volgende zijn: Engeland 5, Amerika 5 (in afwachting), Frankrijk 3, Japan 3’. Waarom die verhouding? Voor de oorlog was de Amerikaanse vloot veel zwakker dan de Engelse. Gedurende de oorlog vermeerderde ze in aanzienlijke mate. Wanneer de Engelsen spreken van het gevaar dat de Amerikaanse vloot stelt, antwoorden de Amerikanen: ‘Waarom hebben wij die vloot gebouwd? Was het niet om de Britse eilanden tegen de aanvallen van de Duitse onderzeeërs te verdedigen?’ Ziedaar waarom zogezegd die vloot gebouwd werd. Maar zij kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden.
Waarom namen de Verenigde Staten hun toevlucht tot het programma van het beperken der bewapeningen? Het was slechts omdat ze niet vlug genoeg hun oorlogsschepen, hun grote slagschepen, konden vervaardigen. In het domein der constructie kan niemand er aan denken hen te evenaren. Maar het is onmogelijk de voor de marine onontbeerlijke kaders snel te scheppen, te onderwijzen en te vormen, daar is tijd voor nodig, en dit is de reden van de tien jaren lange wapenstilstand die de Amerikanen zich te Washington gegeven hebben. Wanneer zij het programma van de beperking der zeebewapening verdedigden, schreven de Amerikaanse tijdschriften in feite: ‘Wanneer ge niet met ons overeenkomen wilt, zullen wij oorlogsschepen bouwen alsof wij broodjes zouden bakken.’ Wat het antwoord van het officieel Engelse maritieme tijdschrift betreft, dit luidde ongeveer als volgt: ‘Wij zijn bereid een vredelievende overeenkomst te sluiten, waarom ons bedreigen?’ Dit antwoord weerspiegelt de nieuwe mentaliteit van de Engelse heersers. Zij gewennen zich aan het idee dat zij zich aan Amerika moeten onderwerpen, en dat het meeste dat men van dit laatste verlangen en eisen kan is dat het hoffelijk weze. Het is ook alles wat de Europese burgerij in de toekomst van Amerika te verwachten heeft.
In zijn wedijver met Amerika, kan Engeland slechts achteruit wijken. Door zijn opeenvolgend achteruitwijken koopt zich het Engels kapitaal een deelname in de zaken van het Amerikaans, en zodoende heeft men de indruk van een Angelsaksisch kapitalistisch blok. De schijn is gered en niet zonder profijt, want Engeland strijkt belangrijke winsten op, maar het moet voor Amerika achteruit gaan, het zijn plaats afstaan. Amerika versterkt zijn stellingen over de wereld, Engeland verzwakt.
Voor een zeer korte tijd zag Engeland af van het versterken van Singapore. Singapore echter is de sleutel van de Indische en de Stille Oceaan, het is een der belangrijkste steunpunten van de Engelse politiek in het Verre oosten. Maar Engeland kan zijn politiek in de Stille Oceaan voeren in overeenstemming met Japan tegen Amerika of omgekeerd met Amerika tegen Japan. Geweldige sommen geld werden voor het versterken van Singapore bestemd. MacDonald voor het feit gesteld van ofwel met Japan tegen Amerika te werken, ofwel met Amerika tegen Japan, zag van de versterking van Singapore af. Het Engels imperialisme heeft heel zeker nog zijn laatste woord niet gezegd, misschien komt het op zijn toestemming terug, maar het blijft toch voor Engeland het begin van een verzaken aan een onafhankelijke politiek in de Stille Oceaan. Wie heeft echter Engeland bevolen met Japan te breken? Amerika. Dit laatste zond het een werkelijk ultimatum, Engeland gehoorzaamde, het verbrak zijn bondgenootschap met Japan.
Op het ogenblik geeft Engeland toe, het wijkt achteruit. Maar wil dit zeggen dat het altijd zo zijn zal en dat de mogelijkheid van een oorlog uitgesloten is? In het geheel niet. De huidige toegevingen kunnen slechts zijn moeilijkheden vergroten. Onder de dekmantel der samenwerking stapelen zich geweldige antagonismen op. Onvermijdelijk zal de oorlog uitbarsten, want Engeland zal er nooit in toestemmen op de achtergrond geschoven te worden en zijn rijk in te krimpen. Op een zeker ogenblik zal het gedwongen zijn al zijn krachten op te roepen om aan zijn mededinger te weerstaan. Maar in de open strijd zijn al de kansen voor zover men erover oordelen kan, voor Amerika.
Engeland is een eiland, Amerika, in een zekere zin, is het ook, maar het is veel groter. In zijn dagelijks bestaan hangt Engeland geheel en al van de overzeese landen af. In Amerika echter is al het nodige voor het bestaan en voor de oorlog aanwezig. Engeland heeft koloniën op alle punten van de aardbol, Amerika zal ze ‘bevrijden’. Zodra het met Engeland in oorlog zal zijn, zal het een oproep tot de honderden miljoenen Indiërs richten voor de verdediging van hun onaantastbare nationale rechten. Ten opzichte van Ierland, Egypte, enz., zal het op dezelfde manier handelen. Zoals het nu, om Europa uit te kleden, zich met de mantel van het pacifisme omhult, zal het gedurende zijn strijd met Engeland optreden als de verlosser van de koloniale volkeren.
De geschiedenis begunstigt het Amerikaans kapitaal; voor elke schurkenstreek biedt zij het een ordewoord van ontvoogding aan. In Europa, vragen de Verenigde Staten de toepassing van de politiek der ‘open deur’. Japan wil China verdelen en zich enkele van zijn provinciën meester maken, omdat het noch ijzer, noch kolen, noch benzine heeft en omdat China dit alles bezit. Het kan noch leven, noch oorlog voeren, zonder kolen, ijzer of petroleum. Dit alles stelt het in een ontzaglijke minderheid in zijn strijd tegen de Amerikanen. Daarom tracht het met geweld de hand te leggen op de rijkdommen van China. En wat doen de Verenigde Staten? Zij zeggen: ‘de deur open in China!’ Wat zegt Amerika over de oceanen? ‘De vrijheid der zeeën!’ Dit is een welluidend ordewoord. Maar wat betekent het in werkelijkheid? ‘Engelse vloot, laat mij door, stel u wat opzij!’ Het regime van de open deur in China betekent: ‘Japanners, uit de weg, laat mij de weg vrij’. Het gaat om economische veroveringen, om plunderingen. Maar ten gevolge van de bijzondere voorwaarden waarin de Verenigde Staten zich bevinden, neemt hun politiek een schijn van vredelievendheid aan, somtijds wel een schijn van een vrijmakingsfactor.
Het spreekt vanzelf dat Engeland eveneens ontzaglijke voordelen geniet. Eerst en vooral bezit het steunpunten, vloot- en legerbasissen over de gehele wereld, iets wat Amerika niet heeft. Maar dit alles kan men stuk voor stuk scheppen of met geweld afnemen, daarenboven zijn de Engelse steunpunten gebonden aan de koloniale overheersing en bijgevolg kwetsbaar Amerika zal, omdat het het sterkst is, over de gehele wereld bondgenoten en hulptroepen vinden en bijgevolg ook de nodige basissen. Wanneer het nu toenadering zoekt tot Canada en Australië onder het ordewoord van verdediging van het blanke tegen het gele ras en daar zijn militair en maritiem overwicht op instelt, zal het in het volgende en misschien zeer nakende stadium van zijn evolutie verklaren dat ook de mensen van gele kleur naar het beeld Gods geschapen zijn, en bijgevolg het recht hebben de koloniale overheersing van Engeland te vervangen door de economische overheersing van Amerika.
De Verenigde Staten zouden in een oorlog met Engeland, geweldig bevoordeligd zijn, want van de eersten dag af konden ze de Egyptenaren, Indiërs en andere koloniale volkeren oproepen tot de opstand, ze wapenen en ondersteunen. Engeland zal er tweemaal moeten over nadenken vooraleer tot de oorlog te besluiten. Maar wanneer het zich in de oorlog niet wagen wil, zal het verplicht zijn stap voor stap achteruit te wijken onder de druk van het Amerikaans kapitaal. Voor de oorlog zijn er Lloyd George’s en Churchill’s nodig, om zonder strijd achteruit te wijken zijn er MacDonald’s van doen.
Wat we over de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Engeland komen te zeggen is toepasselijk op de betrekkingen van de Verenigde Staten en Japan, met Frankrijk en de andere Europese Staten van tweede rang. Waarover gaat het op het ogenblik in Europa? Over Elzas-Lotharingen, de Ruhr, het Saarbekken, Silezië, dus over enkele stroken grond, enkele armzalige stukken. Onderwijl werkt Amerika zijn plan uit en maakt zich gereed de ganse wereld op rantsoen te stellen.
In tegenstelling met Engeland stelt het zich niet voor een leger op de been te brengen, een administratie voor zijn koloniën, Europa inbegrepen, neen het zal die laatste ‘toelaten’ bij hen de reformistische pacifistische orde te behouden, met behulp van de sociaaldemocratie, de radicalen en andere kleinburgerlijke partijen, en zal ze bewijzen dat ze dankbaar zijn moeten daar het aan hun ‘onafhankelijkheid’ niet geraakt heeft. Ziedaar het plan van het Amerikaans kapitaal, ziedaar het programma waarop de IIe Internationale zich weer samenstelt.
Dit Amerikaans programma van voogdijschap over de gehele wereld is in het geheel geen pacifistisch programma, integendeel, het is rijk aan oorlogsgevaar en revolutionaire beroeringen. Het is niet zonder reden dat Amerika voortgaat zijn vloot uit te breiden. Het bouwt ijverig lichte en snelle kruisers, onderzeeboten en hulpschepen. En wanneer Engeland het waagt er halfluid protest tegen aan te tekenen, antwoordt het: ‘Denk er aan dat ik niet alleen met u, maar ook met Japan af te rekenen heb, Japan bezit een ontzaglijk groot aantal lichte kruisers en ik moet de verhouding die van 5 tot 3 is, zoals ge weet, herstellen’. Onmogelijk daarop te antwoorden, want de Verenigde Staten kunnen werkelijk, zoals hun uitdrukking het zegt, oorlogsschepen maken als kleine broodjes. Ziedaar het vooruitzicht van de toekomstige wereldoorlog, die als strijdperk de Atlantische en de Stille Oceaan hebben zal, in de veronderstelling dat de burgerij nog een genoegzaam lange tijd de wereld besturen zal. Het is heel onwaarschijnlijk dat de burgerij van al de landen er in toestemmen zal op de achtergrond geschoven en de vazal van Amerika te worden zonder ten minste een poging tot verzet te doen. Feitelijk heeft Engeland grote begeerten, een woedende lust om zijn heerschappij over de wereld te behouden. De militaire conflicten zijn onvermijdelijk. Het tijdperk van het pacifistisch Amerikanisme dat zich nu schijnt te openen is slechts een voorbereiding tot nieuwe monsterachtige oorlogen.
Op de vraag van de kansen van het huidig Europees reformisme, vraag die het bijzonderste punt van mijn uiteenzetting uitmaakt, moeten wij antwoorden: die kansen zijn tot op een zeker ogenblik evenredig aan die van het pacifistisch Amerikaans imperialisme. Indien de omvorming van Europa tot Amerikaans dominion gelukt, dat wil zeggen, in de loop der toekomende jaren niet botst op de weerstand der volkeren, indien ze als gevolg van de oorlog of de revolutie niet mislukt, zal de Europese sociaaldemocratie, schaduw van het Amerikaans kapitaal, voor een zekere tijd haar invloed behouden, en Europa, gemaakt uit de overblijfselen van zijn vroegere macht en uit de elementen van zijn, naar de door Amerika vastgestelde rantsoenering georganiseerd, nieuw leven zal zich in een onstabiel evenwicht behouden. Dit alles zal bedekt zijn door een ideologisch mengelmoes van axioma’s der Europese sociaaldemocratie en de ‘pacifistische’ beginselen der Amerikaanse quakers. Aldus, men moet zich niet afvragen welke de krachten zijn van de Europese sociaaldemocratie, maar wel welke de kansen zijn voor het Amerikaans kapitaal om het nieuw regime in Europa te kunnen behouden, door dit laatste karig te financieren. Het is onmogelijk om in dit geval een juiste voorspelling te doen en bijgevolg meer nog om een termijn vast te stellen. Het volstaat ons de nieuwe werking der wereldbetrekkingen te begrijpen en ons rekenschap te geven van de essentiële factoren die de toestand in Europa zullen bepalen om de ontwikkeling der gebeurtenissen te kunnen volgen, om gebruik te kunnen maken van de politieke zigzag der Europese sociaaldemocratie en daardoor de kansen van de proletarische revolutie te vermeerderen.
De antagonismen die de imperialistische oorlog voorbereidden en hem tien jaar geleden over Europa ontketenden, antagonismen verscherpt door de oorlog, in stand gehouden door de vrede van Versailles en omvangrijker geworden door de klassenstrijd in Europa, blijven ontegensprekelijk voortbestaan. En de Verenigde Staten zullen tegen die antagonismen in al hun scherpte aanbotsen.
Een uitgehongerd land op rantsoen stellen is een moeilijke zaak, we weten het bij ondervinding; het is waar dat wij het in andere voorwaarden deden, ons steunende op andere beginselen, ons onderwerpend aan de noodzakelijkheid van de strijd voor het redden der revolutie. Maar wij konden vaststellen dat het regime van het hongerrantsoen gebonden was aan immer heviger wordende troebelen, die ten lange laatste de opstand van Kroonstad meebrachten. Nu doet Amerika, gestuwd door de logica van een roofzuchtig imperialisme, een monsterproefneming van rantsoenering op verscheidene volkeren. Dit plan zal in zijn verwezenlijking stuiten op hardnekkige klassenstrijd en nationaal verzet. Hoe meer zich de macht van het Amerikaans kapitaal in politieke macht zal omzetten, hoe meer het Amerikaans kapitaal zich internationaal ontwikkelen zal, des te meer zullen de Amerikaanse bankiers aan de Europese regeringen bevelen, des te sterker, des te inniger, des te beslissender zal de weerstand der proletarische, kleinburgerlijke en boerenmassa’s van Europa zijn, want van Europa een kolonie willen maken is zo eenvoudig niet als ge wel denkt, mijnheren de Amerikanen. (Toejuichingen).
Wij beleven het begin van dit proces. Nu, voor de eerste maal sedert een hele reeks jaren wordt de uitgehongerde Duitse proletariër een lichte vermindering van zijn ellende gewaar. Wanneer de arbeider helemaal uitgeput is, wanneer hij gedurende een lange tijd honger leed, is hij gevoelig voor de kleinste verbetering. Die verbetering is op dit ogenblik de stabilisatie van de mark, de stabilisatie der lonen, die een zekere politieke stabilisatie van de Duitse sociaaldemocratie teweegbracht. Maar die stabilisatie is slechts tijdelijk. Amerika is in het geheel niet van zin het Duitse rantsoen en in het bijzonder het deel ervan dat aan de Duitse arbeider moet toekomen, te verhogen. Later zal dit ook het geval zijn voor de Franse en Engelse arbeider. Want wat wil Amerika? Het moet ten koste van de arbeidende massa van Europa en van de gehele wereld zijn winsten verzekeren en daardoor de bevoorrechte plaats van de Amerikaanse arbeidersaristocratie bevestigen. Zonder deze laatste kan het Amerikaanse kapitaal geen stand houden, zonder Gompers en zijn trade unions, zonder goed betaalde en geschoolde arbeiders, zal het politiek regime van het Amerikaans kapitaal ineenstorten. Men kan echter de Amerikaanse werkersaristocratie in haar bevoorrechte toestand slechts behouden door het proletarisch gepeupel van Europa tot een strikt beperkt en vrekkig afgemeten rantsoen te brengen.
Maar het zal de Europese sociaaldemocratie moeilijker en moeilijker worden om het evangelie van het Amerikanisme voor de massa’s te prediken. De weerstand der Europese arbeiders aan de meester hunner meesters, het Amerikaans kapitaal, zal meer en meer gecentraliseerd worden. De rechtstreekse, praktische, strijdvaardige belangrijkheid van het ordewoord der Europese revolutie en zijn staatsvorm ‘De Verenigde Staten van Europa’ zal meer en meer duidelijk worden voor de Europese arbeiders.
Hoe vergiftigt de sociaaldemocratie het bewustzijn der Europese arbeiders? Wij zijn, zegt ze hen, een door de vrede van Versailles verbrokkeld, verdeeld Europa. Zonder Amerika kunnen wij niet leven. Maar de Europese communistische partij zal zeggen: gij liegt, wij kunnen het wanneer wij willen. Wie verplicht ons een verbrokkeld Europa te zijn? Wij kunnen een innig verbonden Europa worden. Het revolutionair proletariaat kan Europa één maken. Het veranderen in de proletarische Verenigde Staten van Europa. Amerika is machtig. Tegenover Engeland, dat zich steunt op zijn over de gehele wereld verspreide koloniën, is Amerika almachtig. Maar tegenover een verenigd boeren- en arbeiders Europa, omgevormd in een enkele Sovjet-Unie met Rusland, zal Amerika onmachtig zijn.
Dit voelt het Amerikaanse kapitaal. Groter vijand van het bolsjewisme bestaat er niet. De politiek van Hughes is geen gril, geen fantasie, het is de wilsuitdrukking van het Amerikaanse kapitaal dat in de periode van openlijke strijd voor de wereldheerschappij treedt. Het stuit reeds op ons omdat de wegen die naar China en Siberië voeren door de Stille Oceaan leiden. Het Amerikaans imperialisme koestert de hoop, Siberië te kunnen koloniseren.
Maar daar staat een wacht. Wij hebben het monopolie van de buitenlandse handel. Wij hebben de socialistische basissen van de economische politiek. Daar is de eerste hinderpaal voor het Amerikaans kapitaal. En wanneer dit laatste, dankzij zijn politiek der ‘open deur’, in China binnendringt, vindt het bij de volksmassa’s niet de godsdienst van het amerikanisme, maar het politiek programma van het bolsjewisme in het Chinees vertaald. Het zijn niet de namen van Wilson, Harding, Coolidge, Rockefeller of Morgan die op de lippen der Chinese boeren en koelies liggen. In China en in heel het Oosten is het de naam van Lenin die men met geestdrift uitspreekt. Alleen met de ordewoorden van vrijmaking der volkeren, kunnen de Verenigde Staten de macht van Engeland ondermijnen. Die ordewoorden dienen hen slechts om een sluier over hun veroveringspolitiek te werpen. Maar in het Oosten zijn er benevens de Amerikaanse consul, professor, handelaar en journalist, strijders, revolutionairen, die in hun taal het ontvoogdingsprogramma van het bolsjewisme wisten te vertalen. Overal, zowel in Europa als in Azië, stuit het Amerikaanse imperialisme op het revolutionair bolsjewisme. bolsjewisme en Amerikaans imperialisme zijn de twee factoren van de hedendaagse geschiedenis.
In 1919, op het ogenblik van de aankomst van Wilson in Europa, toen heel de burgerpers over Wilson en Lenin sprak, zei ik schertsende tot deze laatste: ‘Lenin en Wilson, ziedaar de twee profetische beginselen van de hedendaagse geschiedenis’. Vladimir Ilitch begon te lachen. Ik zelf voorzag toen niet tot op welk punt die scherts door de geschiedenis zou gewettigd worden. Het leninisme en het Amerikaans imperialisme zijn de twee enige beginselen die voor het ogenblik in Europa aan het strijden zijn, en van de uitslag van die strijd hangt het lot van de mensheid af.
Onze Amerikaanse vijand is veel machtiger en bezit veel meer eenheid dan onze over geheel Europa verspreide vijanden, maar hij verenigt de Europese arbeiders. Het is echter juist in die vereniging dat onze kracht geborgen ligt. De wedersamenstelling van de IIe Internationale is slechts de aanwijzing van het feit dat het Europees proletariaat verplicht is zich op groter schaal te groeperen en niet meer in het nationaal, maar in het internationaal kader te strijden. En naarmate de arbeidersmassa’s de noodzakelijkheid van de weerstand voelen en de basissen van die weerstand uitbreiden, zijn het de revolutionaire ideeën die de bovenhand nemen. Hoe meer die ideeën revolutionair zijn, des te gunstiger is het terrein voor het bolsjewisme. Iedere overwinning van het Amerikanisme zal er toe bijdragen de strijd voor het bolsjewisme te centraliseren en uit te breiden. De toekomst is aan ons.
Aangezien ik spreek tot een vergadering bijeengeroepen door de Vereniging der vrienden van de Faculteit van Wis- en Natuurkunde, zult ge mij toestaan u te zeggen dat mijn revolutionaire marxistische kritiek van het amerikanisme niet betekent dat wij dit laatste in blok veroordelen, dat wij er van afzien om bij de Amerikanen het goede dat zij bezitten te gaan leren. Wij missen hun techniek en hun werkmethoden. Het vereiste van de techniek is de wetenschap: natuurlijke wetenschappen, natuur- en wiskunde, enz. Op dit punt echter moeten wij ons tot elke prijs zo dicht mogelijk bij de Amerikanen weten te brengen. Wij moeten het bolsjewisme naar de Amerikaanse manier pantseren. Tot nu toe hebben wij kunnen weerstaan. Nochtans kan de strijd dreigender afmetingen aannemen. Het is voor ons gemakkelijker om ons op Amerikaanse wijze te pantseren, dan voor het Amerikaans kapitaal Europa en de ganse wereld op een juist voldoend rantsoen te brengen. Wanneer wij ons met de natuurkunde, de wiskunde en de techniek pantseren; wanneer wij onze nog zwakke socialistische nijverheid amerikaniseren, kunnen wij met een vertiendubbelde zekerheid zeggen dat de toekomst geheel en bepaald aan ons is. Het geamerikaniseerd bolsjewisme zal over het Amerikaans imperialisme zegevieren en het verpletteren. (Toejuichingen).
(Rede uitgesproken op 15 februari 1926)
Er zijn in de hedendaagse internationale arbeidersbeweging twee polen die met een duidelijkheid zonder voorgaande, twee essentiële strekkingen van de werkende klasse van de gehele wereld bepalen. Een pool, de revolutionaire pool bevindt zich bij ons, de andere, de reformistische pool ligt in de Verenigde Staten. De Amerikaanse arbeidersbeweging openbaart, gedurende de twee of drie laatste jaren, de vormen en methoden van volmaakt reformisme, dat wil zeggen, een politiek van overeenkomst met de burgerij.
In het verleden zagen wij de politiek van klassenovereenkomst, wij zagen ze door de ogen van de geschiedenis en ook door onze eigen ogen. Voor de oorlog dachten wij — en dat was juist — dat het volmaakt model van opportunisme door Engeland, dat het volkomen type van conservatief trade unionisme voortbracht, gegeven werd. Nu staat het Engels trade unionisme van het klassiek tijdperk, dat wil zeggen, van de helft der XIXe eeuw tot het huidig Amerikaans opportunisme zoals de handwerker staat tot de Amerikaanse fabriek. In de Verenigde Staten hebben wij nu een uitgebreide beweging van ‘Company Unions’, dat wil zeggen, van organisaties die in tegenstelling met de trade unions, niet alleen arbeiders, maar ook de werkgevers of liever de vertegenwoordigers van die beide groeperen. Anders gezegd, het verschijnsel dat plaats had op het ogenblik van de corporatieve organisatie van de voortbrengst en dat vervolgens verdween heeft nu gans nieuwe vormen aangenomen in het land waar het kapitaal het machtigst is. Ik geloof dat Rockefeller de inrichter was van die beweging voor de oorlog. Maar het is slechts in de laatste tijd, vanaf 1923, dat deze beweging zich uitbreidt tot de machtigste consortiums van Noord-Amerika. De Amerikaanse Federatie van de Arbeid, de officiële vakorganisatie van de arbeidersaristocratie, nam onder een zeker voorbehoud aan die beweging deel; beweging die de algehele en definitieve erkenning van de eenheid van belangen van de arbeid en het kapitaal betekent, en ook de verloochening van de noodzakelijkheid van onafhankelijke klasseorganisaties van het proletariaat, zelfs voor het bereiken van de onmiddellijke verbeteringen.
Men stelt op het ogenblik in de Verenigde Staten de ontwikkeling van arbeidersspaarbanken, arbeiders en verzekeringsmaatschappijen vast, waar de vertegenwoordigers van de arbeid en het kapitaal zij aan zij zetelen. Onnodig te zeggen dat het idee hetwelk men zich vormt over de Amerikaanse lonen, als zouden die een goede welstand verzekeren, uiterst overdreven is. Nochtans kunnen de bovenste lagen der arbeiders van hun loon sparen. Het kapitaal zamelt de spaargelden door middel van de arbeidersbanken in, en plaatst ze in de ondernemingen van die tak der industrie waar de arbeiders van hun loon sparen. Op die manier verhoogt het zijn bedrijfskapitaal en doet de arbeiders belang hebben in de ontwikkeling van de industrie.
De Amerikaanse Federatie van de Arbeid heeft de noodzakelijkheid van het invoeren der glijdende loonschaal gesteund op de algehele solidariteit der belangen van arbeid en kapitaal erkend. De lonen moeten afwisselen in overeenstemming met de opbrengst van de arbeid en de winsten. Op die manier wordt de theorie der belangensolidariteit van arbeid en kapitaal praktisch versterkt en men heeft een schijnbare gelijkheid in het genieten van het nationaal inkomen. Dit zijn de essentiële economische vormen van die nieuwe beweging die men nauwkeurig moet onderzoeken, om ze te begrijpen.
Wat de Amerikaanse Federatie van de Arbeid betreft, aan wier hoofd Gompers stond en aan wiens naam zij gebonden is, daarvan wordt vastgesteld dat zij gedurende de laatste jaren het grootste deel van haar leden verloren heeft. Zij telt nog slechts 2.800.000 leden, wat een onbeduidend deel van hei Amerikaans proletariaat vertegenwoordigt, in aanmerking genomen dat de nijverheid, de handel en de landbouw van de Verenigde Staten tenminste 25 miljoen loonarbeiders in dienst hebben. Maar de Federatie van de Arbeid heeft niet meer leden nodig. Aangezien haar officiële leer is dat de vraagstukken niet door de strijd der massa’s opgelost worden, maar door een overeenkomst tussen arbeid en kapitaal, idee dat zijn hoogste uitdrukking vond in de Company Unions, kunnen én moeten de trade unions zich beperken tot de organisatie der aristocratische lagen der werkende klasse, welke in naam van de gehele klasse handelen.
De samenwerking is niet beperkt tot het industrieel en financieel gebied (banken, verzekeringsmaatschappijen). Zij verwezenlijkt zich eveneens volkomen in de binnenlandse en internationale politiek. De Federatie van de Arbeid en de Company Unions aan dewelke zij innig gebonden is en waarop zij rechtstreeks en onrechtstreeks steunt, voeren een hevige strijd tegen het socialisme en in het algemeen tegen de revolutionaire leerstelsels van Europa, waaronder zij die van de IIe Internationale van Amsterdam rangschikken. De Federatie van de Arbeid maakte een nieuwe aanpassing van de leer van Monroe ‘Amerika aan de Amerikanen’, door ze op de volgende manier uit te leggen: ‘Wij kunnen en willen u onderwijzen, Europees gepeupel, maar steek uw neus niet in onze zaken.’ Hierin bootst de Federatie de burgerij na. Vroeger verklaarde deze laatste ‘Europa aan de Europeanen, Amerika aan de Amerikanen’. Nu beduidt de leer van Monroe, het verbod voor de anderen zich met de zaken van Amerika te bemoeien, maar niet het verbod voor Amerika zich in de zaken der andere werelddelen te mengen. Amerika aan de Amerikanen, Europa inbegrepen!
De Amerikaanse Federatie van de Arbeid heeft nu een pan-Amerikaanse Federatie gesticht, dat wil zeggen, een federatie die zich ook over Zuid-Amerika uitstrekt, en voor het Noord-Amerikaans imperialisme de baan breekt naar het Latijns Amerika. De beurs van New York kon geen beter politiek wapen vinden. Maar het betekent tezelfdertijd dat de strijd der Zuid-Amerikaanse volkeren tegen het imperialisme van het Noorden dat hen verdrukt, eveneens een strijd tegen de verderfelijke invloed der pan-Amerikaanse Federatie zal zijn.
Zoals ge weet, staat de door Gompers geschapen organisatie buiten de Internationale van Amsterdam, die voor haar een door revolutionaire vooroordelen vergiftigde organisatie is, een organisatie van het in verval verkerende Europa. De Amerikaanse Federatie blijft buiten Amsterdam zoals het Amerikaans kapitaal buiten de volkerenbond blijft. Maar dit belet het Amerikaans kapitaal niet de Volkenbond te bevelen, noch de Amerikaanse Federatie de reactionaire bureaucratie van de Internationale van Amsterdam tot zich te trekken. Hier ook, stelt men een volstrekte overeenkomst tussen het werk van Coolidge en dit van de erfgenamen van Gompers vast.
De Amerikaanse Federatie steunde het plan Dawes, terwijl het Amerikaans kapitaal het verwezenlijkte. In alle delen van de wereld strijdt ze voor de wetten en de aanspraken van het Amerikaans kapitalisme, en bijgevolg voornamelijk en voor alles tegen de Sovjetrepublieken.
Het is een nieuw opportunisme van een hoger type, het is een volmaakt opportunisme, organisch gevestigd in de ‘interklasse’ inrichtingen, in de Company Unions, in de coalitiebanken, in de verzekeringsmaatschappijen — en dit opportunisme bereikte ogenblikkelijk de Amerikaanse uitgestrektheid. Grote kapitalistische ondernemingen werden gesticht die het organiseren van fabriekscomités op paritaire basissen of naar het type van een hoge en lage kamer, enz., ondernamen. Het overeenkomen is gestandaardiseerd, gemechaniseerd en in gang gezet door grote kapitalistische firma’s. Het is een zuiver Amerikaans verschijnsel, het is een soort sociaal opportunisme, door hetwelk zich automatisch de verknechting van de werkende klasse versterkt.
Men kan zich afvragen waarom het Amerikaans kapitaal dit nodig heeft. Het antwoord schijnt vanzelfsprekend wanneer men de huidige macht van het Amerikaans kapitaal en ook de plannen die het koestert in aanmerking neemt. Voor het Amerikaans kapitaal is Amerika slechts een begrensd en beperkt arbeidsveld, het is een versterkte plaats voor nieuwe verrichtingen op grote geweldige schaal. Het is voor de Amerikaanse burgerij een noodzakelijkheid haar veiligheid in die ver sterkte plaats te verzekeren, bij middel van het opportunisme onder zijn volmaaktste en volledigste vormt om zodoende zich met meer zekerheid naar buiten te kunnen ontwikkelen.
Op welke manier is het voor het ogenblik mogelijk dit gestandaardiseerd opportunisme te verwezenlijken, na de imperialistische slachting waaraan de Verenigde Staten deelgenomen hebben; nu dat de arbeiders van alle landen over een belangrijke ondervinding beschikken? Om die vraag te beantwoorden moet men rekening houden met de macht van het Amerikaans kapitaal, waarmee men niets in het verleden vergelijken kan.
Het kapitalistisch regime deed veel proefnemingen in verschillende streken van Europa, en in verschillende delen van de wereld. Heel de geschiedenis der mensheid kan aanzien worden als een netwerk van pogingen om de sociale organisatie van de arbeid die eerst aartsvaderlijke, dan gegrondvest op de slavernij, daarna op de lijfeigenschap, en eindelijk op het kapitalisme, te scheppen om te vormen, te verbeteren, te verheffen. Het is met het kapitalistisch regime dat de geschiedenis het grootste aantal proefnemingen deed, en dit eerst en vooral en op de meest verschillende manier in Europa. Maar de grootste poging en de best gelukte komt aan Noord-Amerika toe. Dat men er aan denke: Amerika werd ontdekt op het einde van de XVe eeuw wanneer Europa reeds een lange geschiedenis had. In de XVIe, XVIIe en XVIIIe eeuwen en gedurende een groot deel van de XIXe eeuw, waren de Verenigde Staten een verafgelegen land, een wereld die aan zich zelf volstond, een uitgestrekt afgezonderd land dat zich met het overschot van Europese beschaving voedde. Intussen vormde en ontwikkelde zich dit land van onbeperkte mogelijkheden. De natuur had in Amerika al de voorwaarden van een machtige economische ontwikkeling geschapen. Europa wierp in groot aantal naar de overzijde van de oceaan, de meest werkzame, de meest geharde elementen van zijn bevolking, die elementen welk het meest geschikt waren voor de ontwikkeling der productieve krachten. Wat waren de Europese revolutionaire bewegingen met godsdienstig of politiek karakter? Het was de strijd der vooraanstaande elementen, voornamelijk van de kleine burgerij en daarna van de arbeiders, tegen de overblijfselen van de feodaliteit en de godsdienst die de ontwikkeling van de productieve krachten in de weg stonden. Al wat Europa wegwierp stak de oceaan over. Het kruim der Europese natie, de meest actieve elementen, die ten koste van elke prijs hun weg wilden banen, vielen in dit midden waar die historische warboel niet bestond, maar waar de maagdelijke natuur in haar onuitputbare weelderigheid heerste. Dit is de basis van de ontwikkeling van de Amerikaanse techniek, van de Amerikaanse rijkdom.
De mens ontbrak aan de onuitputbare natuur. De arbeidskracht was het duurste dat zich in Amerika bevond. Van daar het mechaniseren van de arbeid. Het princiep van de kettingarbeid moet niet aan het toeval toegeschreven worden. Het drukt de neiging uit de mens door de machine te vervangen, de arbeidskracht te vermenigvuldigen en automatisch alle transport te verrichten.
Dit alles kan slechts door een ketting zonder einde gedaan worden en niet door de ruggengraat van de mensen. Dit is het princiep van het kettingstelsel. Waar heeft men de graanzuiger uitgevonden? In Amerika ten einde de man die een zak graan op zijn rug draagt te kunnen missen. En de pijpleidingen? In de Verenigde Staten telt men 100.000 km pijpleidingen, het is te zeggen vervoerders van vloeibare stoffen. De ketting zonder einde die het vervoer binnen in de fabriek verwezenlijkt en waarvan het beste model de Fordorganisatie is, is aan iedereen bekend.
Amerika kent het aanleren van een vak bijna niet: men verliest er zijn tijd niet met aan te leren, de arbeidskracht is er te duur; het aanleren wordt er vervangen door een verdeling van het werk in uiterst kleine delen die geen of bijna geen aanleren vergen. En wie verenigt al de delen van het arbeidsproces? Het is de ketting zonder einde, de transporteur. Zij leert aan. In zeer korte tijd, wordt een jonge boer van Zuid-Europa, van de Balkanstaten of van Oekraïne in een industrieel arbeider herschapen.
Het in serie voortbrengen is zoals de standaard, aan de Amerikaanse techniek verbonden: het is de massaproductie. De artikelen en producten voor de hogere klasse bestemd, aangepast aan de persoonlijke smaak, worden beter door Europa vervaardigd. Het fijne linnen wordt door Engeland geleverd. Juwelen, handschoenen, reukwerk, enz., komen uit Frankrijk. Maar wanneer het een massaproductie geldt, die voor een uitgebreide markt bestemd is, dan is Amerika, Europa ver vooruit. Ziedaar waarom het Europees socialisme de techniek op de Amerikaanse schaal leren zal.
De Amerikaanse staatsman Hoover, de beste op het economisch gebied, spant zich zeer in voor de standaardisering der gefabriceerde producten. Hij heeft reeds meerdere tientallen contracten met de belangrijkste trusts voor de productie van gestandaardiseerde artikelen gesloten. Onder die artikelen vindt men de kinderwagens en de doodkisten, zodanig dat de Amerikaan in de standaard geboren wordt en erin sterft. (Gelach en toejuichingen.) Ik weet niet of het gemakkelijker is, maar het is in ieder geval 40 % goedkoper.
De Amerikaanse bevolking telt, dank zij de inwijking, veel meer voor de arbeid geschikte elementen (45 %) dan de Europese, eerst en vooral omdat de verhouding tussen de ouderdom verschilt. Het productiecoëfficiënt van de natie is bijgevolg veel hoger. Het coëfficiënt wordt bovendien nog verhoogd door de grotere productie van iedere arbeider. Dank zij de mechanisatie en de meer rationele inrichting van de arbeid, graaft de Amerikaanse mijnwerker twee en half maal meer kolen en ijzererts dan de Duitse. De landbouwer brengt tweemaal meer voort dan in Europa. Dit zijn de resultaten van de organisatie van de arbeid.
Men zei van de oude bewoners van Athene dat het vrije mannen waren omdat eenieder vier slaven had. Ieder inwoner der Verenigde Staten heeft vijftig slaven, maar mechanische. Met andere woorden, indien men de motoren, de paardenkrachten (HP) in menselijke kracht omrekent, ziet men dat ieder burger der Verenigde Staten vijftig mechanische slaven bezit. Dit belet natuurlijk niet dat de Amerikaanse economie op levende slaven, op gesalarieerde proletariërs berust.
Het nationaal inkomen der Verenigde Staten vertegenwoordigt jaarlijks 60 miljard dollars. Het jaarlijks gespaarde, het is te zeggen, hetgeen na alle nodige uitgaven overblijft, bedraagt 6 à 7 miljard dollars. Ik spreek alleen over de Verenigde Staten, het is te zeggen, dat wat men zo in de oude schoolboeken noemt. In werkelijkheid zijn de Verenigde Staten uitgestrekter en rijker. Canada, het weze gezegd zonder de Britse kroon te beledigen, is een deel der Verenigde Staten. Wanneer men het jaarboek van het handelsdepartement der Verenigde Staten neemt, zal men zien dat de handel met Canada bij de binnenlandse handel gerekend wordt, en dat Canada er, beleefd en op enigszins ontduikende wijze, de noordelijke verlenging der Verenigde Staten genoemd wordt (gelach). Zonder de zegening door de Volkerenbond, die men ten andere niet raadpleegde en met reden, men heeft het boeken van die burgerlijke akte niet van node (gelach, toejuichingen). De aantrekking- en afstotingskrachten, werken bijna automatisch: het Engels kapitaal omvat ternauwernood 10 t.h. van de Canadese nijverheid, het Amerikaans kapitaal neemt meer dan een derde in en die verhouding stijgt aanhoudend. De Engelse invoer in Canada wordt geschat op 160 miljoen dollars, die van Amerika op bijna 600 miljoen. Voor vijfentwintig jaar voerde Engeland er vijf maal meer dan de Verenigde Staten in. De meerderheid der Canadezen voelt zich Amerikaan, met uitzondering, oh ironie, van het Franse gedeelte van de bevolking dat zich diep Engels voelt (gelach). Australië ondergaat dezelfde evolutie als Canada, maar blijft ten achter op dit laatste. Het zal aan de zijde staan van het land dat het met zijn vloot tegen Japan verdedigen zal, en dat voor die dienst het minste nemen zal. In die wedstrijd is in een dichtbije toekomst de zege aan de Verenigde Staten verzekerd. In ieder geval, indien een oorlog tussen Amerika en Engeland uitbrak, zou Canada, ‘Engelse bezitting’, een reservoir van mensenmateriaal en voorraad voor Amerika tegen Engeland zijn. Dit is een publiek geheim.
Dit is in zijn hoofdtrekken de materiële macht van de Verenigde Staten. Het is die macht die hun toelaat de oude methoden van de Engelse burgerij toe te passen: de werkersaristocratie vetmesten om het proletariaat aan de leiband te houden, methode die zij tot een graad van volmaaktheid brachten, waaraan de Britse burgerij nooit had durven denken.
Deze laatste jaren verplaatste zich de economische spil van de wereld in grote mate. De betrekkingen tussen Amerika en Europa zijn geheel en al veranderd. Het is het resultaat van de oorlog. Natuurlijk, was die evolutie sedert lang voorbereidt. Zekere kentekens duidden haar aan, maar het is slechts zeer kortelings dat zij een voltrokken feit werd; en nu trachten wij ons rekenschap te geven van die geweldige verandering die plaats had in de menselijke economie en bijgevolg in de menselijke cultuur. Een Duits schrijver herinnerde dienaangaande, de woorden van Goethe, de geweldige indruk beschrijvende die de theorie van Copernicus op zijn tijdgenoten maakte en volgens dewelke het niet de zon is die rond de aarde draait, maar wel de aarde rondom de zon, als een planeet van middelbare grootte. Talrijk waren degene die geen geloof aan die theorie wilden hechten. Het geocentrisch patriottisme voelde zich gekwetst. Hetzelfde geldt nu voor Amerika. De Europese burger wil niet geloven dat hij op de achtergrond geschoven is, dat het de Verenigde Staten zijn die de meesters van de kapitalistische wereld zijn.
Ik duidde reeds de natuurlijke en historische oorzaken aan die deze geweldige verplaatsing der economische krachten voorbereidde. Maar de oorlog was nodig om opeens Amerika te verheffen, Europa te doen dalen en de wereldspil schielijk te verplaatsen. De oorlog die het verval en het tenietgaan van Europa veroorzaakte, kwam Amerika met ongeveer 25 miljard ten goede. Wanneer men in ogenschouw neemt dat de Amerikaanse banken op het ogenblik 60 miljard dollars bezitten, is die som van 28 miljard dollars betrekkelijk gering. Bovendien werden 10 miljard dollars aan Europa geleend. Met de niet betaalde interesten werden die 10 miljard er 12 en nu begint Europa, Amerika voor zijn eigen ondergang te betalen.
Dit is het mechanisme dat aan de Verenigde Staten toeliet zich boven al de oude naties te verheffen en meester over hun bestemming te worden. Dit land, waarvan de bevolking 115 miljoen zielen bedraagt, beschikt geheel en al over Europa, uitgenomen wel te verstaan over de Sovjet-Unie. Onze beurt kwam niet en wij weten dat zij nooit komt (toejuichingen). Maar onze bevolking niet mee gerekend, blijven er nog 345 miljoen Europeanen door Amerika, het is te zeggen, door een driemaal kleinere bevolking onderdrukt.
De nieuwe rollen der volkeren zijn bepaald door de rijkdom van ieder van hen. De schatting der rijkdommen der verscheidene staten zijn niet heel nauwkeurig, maar nagenoeg juiste getallen zullen ons volstaan. Nemen we Europa en de Verenigde Staten zoals zij voor 50 jaar waren, het is te zeggen, op het ogenblik van de Frans-Duitse oorlog. Het bezit der Verenigde Staten werd toen op 30 miljard dollars geschat, dit van Engeland op 40 miljard, dit van Frankrijk op 33 en dit van Duitsland op 38. Zoals men ziet was het verschil tussen die vier landen niet heel groot. Ieder van hen bezat 30 à 40 miljard en van de vier rijkste landen der wereld kwamen de Verenigde Staten achteraan. Wat is echter de huidige toestand, vijftig jaar, een halve eeuw later? Tegenwoordig is Duitsland armer dan in 1872 (36 miljard), Frankrijk is ongeveer twee maal rijker (68 miljard), Engeland insgelijks (89 miljard), wat het bezit der Verenigde Staten betreft, het wordt op 320 miljard dollars gebracht. Aldus, van de Europese landen die ik genoemd heb, is er een op zijn vroegere hoogte terug gekomen, twee andere hebben hun rijkdommen verdubbeld, en de Verenigde Staten werden elf maal rijker. Ziedaar waarom, terwijl zij 15 miljard voor de ondergang van Europa uitgaven, de Verenigde Staten hun doel volledig bereikten.
Vóór de oorlog was Amerika de schuldenaar van Europa. Dit laatste was, om zo te zeggen de bijzonderste fabriek en het bijzonderste stapelhuis van de wereld. Bovendien was het dank zij in het bijzonder Engeland de grootste bankier van de wereld. Die drie voorrangen behoren nu Amerika toe. Europa staat op het achterplan. Het bijzonderste fabriek, de bijzonderste bank, het bijzonderste stapelhuis dat zijn de Verenigde Staten.
Het goud zoals men weet speelt een zekere rol in de kapitalistische maatschappij. Lenin schreef dat onder het socialistisch regime het goud als materiaal voor zekere openbare gebouwen dienen zou. Maar onder het kapitalistisch regime, bestaat er niets verhevener dan een met goud gevulde kelder van een bank. Welk is de goudvoorraad van Amerika? Vóór de oorlog was ze, als ik me niet bedrieg, 1.900 miljoen; op 1 januari 1925 beliep zij 4 en half miljard dollars, ongeveer 50 % van de wereldvoorraad, op het ogenblik bereikt die verhouding een minimum van 60 t.h.
Wat werd er echter van Europa terwijl Amerika 60 t.h. van het op de wereld aanwezige goud in zijn handen verzamelde? Het verviel. Het begaf zich in de oorlog omdat het Europees kapitalisme zich bekneld gevoelde in het kader der nationale Staten. Het kapitaal trachtte deze kaders te verruimen en zich een uitgestrekter arbeidsveld te scheppen; het werkzaamste in dit geval was het Duits kapitaal, dat zich tot doel gesteld had ‘Europa te organiseren’, de tolgrenzen uit de weg te ruimen. Wat was echter het resultaat van de oorlog? Het verdrag van Versailles heeft in Europa 17 nieuwe staten en min of meer onafhankelijke grondgebieden geschapen, 7.000 km. nieuwe grenzen, tolgrenzen in evenredigheid, en aan weerszijden van die nieuwe grenzen, legerposten en troepen. In Europa zijn er voor het ogenblik een miljoen soldaten meer dan voor de oorlog. Om tot dit resultaat te komen, vernietigde Europa een geweldige massa stoffelijke waarden, en verarmde zich ontzaglijk.
Meer nog, voor al zijn ongelukken, voor zijn economisch verval, voor zijn nieuwe tolgrenzen, die zijn handel ‘belemmeren, voor zijn nieuwe grenzen en troepen, voor zijn verbrokkeling, zijn ondergang, zijn vernedering, voor de oorlog en de vrede van Versailles, moet Europa aan Amerika de interesten van zijn oorlogsschulden betalen.
Europa is verarmd. De hoeveelheid grondstoffen die het verwerkt is 10 % kleiner dan wat ze vóór de oorlog was. De invloed van Europa in de wereldeconomie verminderde ontzaglijk. Het enig stabiel ding in het huidig Europa is de werkloosheid. Opmerkenswaardig feit: in hun zoeken naar reddingsmiddelen hebben de burgerlijke economisten uit de archieven de meest reactionaire theorieën van het tijdperk der primitieve accumulatie opgegraven; het is in het malthusianisme en de uitwijking dat zij de afdoende geneesmiddelen tegen de werkloosheid zien. Op het ogenblik van zijn bloei, had het zegevierend kapitalisme die theorieën niet nodig. Maar nu dat het door ouderdom, onbekwaamheid, verstijving aangetast is, vervalt het geestelijk tot kindsheid en komt tot de oude ervaringsleer terug.
Gezien de macht der Verenigde Staten en de verzwakking van Europa, is een nieuwe verdeling der krachten, der invloedssferen en der wereldmarkten onvermijdelijk. Amerika moet zich uitzetten en Europa inkrimpen. Dit is de resultante van het fundamenteel proces, dat zich in de kapitalistische wereld voltrekt. De Verenigde Staten begeven zich op alle wegen, en overal nemen zij het offensief. Zij handelen op een zuiver ‘vredelievende’ manier, dat wil zeggen zonder het gebruik van een gewapende macht, zonder ‘bloedvergieten’, zoals de heilige Inquisitie zegde wanneer zij de ketters levend verbrandde; zij breiden zich vredelievend uit omdat hun tegenstrevers knarsetandend stap voor stap voor die nieuwe macht achteruit wijken, zonder haar openlijk te durven weerstaan. Dit is de basis van de vredelievende politiek der Verenigde Staten. Hun bijzonderste werktuig is nu het financieel kapitaal met een goudvoorraad van 9 miljard roebel. Het is een vreselijke macht die alles op haar weg wegvaagt in al de delen van de wereld en bijzonder in het verarmde en verwoeste Europa. Leningen toestaan of weigeren, is in vele gevallen voor een of ander land van Europa, beslissen over het lot niet alleen van de aan het bewind zijnde partij maar ook van het burgerlijk regime. Tot nu toe hebben de Verenigde Staten 10 miljard dollar in de economie van de andere landen gestoken. Van die tien werden er twee aan Europa toegestaan en gevoegd bij de 10 andere welke voorheen voor de verwoesting van Europa verstrekt werden. Nu, men weet het, worden de leningen voor de ‘heropbouw’ van Europa toegestaan. Vernieling, daarna heropbouw: twee verrichtingen die elkaar volledigen: want de interesten der sommen bestemd voor het ene als voor het andere gaan naar dezelfde vergaarbak. Bovendien plaatsten de Verenigde Staten kapitalen in Latijns-Amerika, dat vanuit economisch standpunt meer en meer een bezitting van Noord-Amerika wordt. Na Zuid-Amerika is Canada het land dat de meeste kredieten bekwam, daarna komt Europa. De andere delen van de wereld bekwamen veel minder.
Die som van 10 miljard is geweldig klein voor een zo machtig land als de Verenigde Staten, maar zij vermeerdert snel, en om het mechanisme van dit proces te verstaan, moet men zich in het bijzonder rekenschap geven van het ritme van die versnelling. Gedurende de zeven jaren die de oorlog volgden stelden de Verenigde Staten de vreemde in het bezit van ongeveer 6 miljard dollar: bijna de helft van die som werd de twee laatste jaren geleverd: in 1925 waren de plaatsingen veel groter dan in 1924.
Aan de vooravond van de oorlog hadden de Verenigde Staten nog het vreemd kapitaal nodig; dit kapitaal kregen ze van Europa en plaatsten het in hun industrie. De ontwikkeling van hun productie bracht in een zekere mate de snelle samenstelling van een financieel kapitaal mee. Om dit financieel kapitaal te verkrijgen waren voorafgaandelijk ontzaglijke kapitaalbeleggingen en een geweldige vermeerdering van de bewerktuiging nodig, maar in de Verenigde Staten eenmaal dit proces begonnen ontwikkelt het zich sneller en sneller. Wat voor twee of drie jaar nog in het domein der vooruitzichten was, verwezenlijkt zich nu voor onze ogen. Maar het is slechts het begin. De campagne van het Amerikaans geldkapitaal voor de verovering van de wereld begint in werkelijkheid slechts morgen.
Een uiterst betekenisvol feit: in de loop van het laatste jaar, verliet het Amerikaans kapitaal meer en meer de regeringsleningen voor de industriële leningen. De zin van die evolutie is duidelijk: ‘Wij gaven u het regime van het Dawesplan, wij gaven u de mogelijkheid uw nationaal devies te herstellen in Duitsland en in Engeland; wij zullen erin toestaan het tegen zekere voorwaarden in Frankrijk te doen, maar dat is slechts een middel om ons doel te bereiken, ons doel echter is de hand op uw economie te leggen.’ Een dezer dagen las ik in de Tag, orgaan van de Duitse metaalnijverheid, een als volgt getiteld artikel: Dawes of Dillon. Dillon is een van de nieuwe condottieri die het Amerikaans kapitaal voor de verovering van Europa uitzendt. Engeland baarde Cecil Rhodes, zijn laatste koloniale avonturier die in Zuid-Afrika een nieuw land stichtte. Cecil Rhodessen worden nu in Amerika geboren, niet voor Zuid-Afrika, maar voor Midden-Europa. Dillon heeft als taak de Duitse metaalnijverheid aan lage prijs te kopen. Tot dit doel bracht hij enkel 50 miljoen dollar te samen - Europa verkoopt zich niet duur - en met die 50 miljoen dollar op zak houdt hij niet stil voor de Europese barelen, die de grenzen van Duitsland, Frankrijk, Luxemburg zijn. Hij wil de erts en de steenkool verenigen, hij wil een gecentraliseerde Europese trust vormen, hij bekommert zich niet om de politieke aardrijkskunde, ik geloof zelfs dat hij ze niet kent. Tot wat zou dit ook dienen? 50 miljoen dollar in het huidig Europa zijn meer waard dan gelijk welke aardrijkskunde (gelach). Zijn inzicht, zegt men, is de metaalnijverheid van Midden-Europa in een enkele trust te verenigen, en ze daarna tegenover de Amerikaanse staaltrust, waarvan Harry koning is, te stellen. Zodanig dat wanneer Europa zich tegen de Amerikaanse staaltrust verdedigt, het in werkelijkheid slechts het werktuig is van een der twee Amerikaanse consortiums die elkaar bevechten, om zich op een gegeven ogenblik te verenigen, teneinde het op een meer rationele wijze te kunnen uitbuiten. Dawes of Dillon, er is geen andere keus, zoals het orgaan van de Duitse metaalnijverheid het zegt. Met wie meegegaan? Dawes is een tot de tanden gewapende schuldeiser. Met hem kan men niet onderhandelen. Dillon is, in zekere mate, een vriend, van een heel bijzondere type weliswaar, maar die ons misschien niet wurgen zal... Het artikel eindigt met volgende opmerkenswaardige zin: ‘Dawes of Dillon, dit is voor Duitsland het hoofdvraagstuk van 1926’.
De Amerikanen verzekeren zich reeds, door de aankoop van aandelen, de controle van de vier voornaamste Duitse banken. De Duitse benzine-industrie heeft zich klaarblijkelijk aan de Amerikaanse ‘Standard-Oil’ vastgeklampt. De zinkmijnen die vroeger aan een Duitse firma toebehoorden, zijn overgegaan in de handen van Harriman, die daardoor de controle van het ruw zink op de ganse wereldmarkt bekomt.
Het Amerikaans kapitaal werkt in het groot en in het klein. In Polen treft de Zweeds-Amerikaanse luciferstrust haar eerste voorbereidende maatregelen. In Italië gaat men verder. De contracten die de Amerikaanse firma’s met Italië tekenen, zijn hoogst belangrijk. Men belast om zo te zeggen Italië om de markt van het nabije Oosten te beheren. De Verenigde Staten zullen dan zelf afgewerkte producten naar Italië sturen, opdat dit laatste ze aan de smaak van de verbruiker aanpassen zou. Amerika heeft geen tijd zich met de bijzaken bezig te houden. Het levert gestandaardiseerde producten. Een almachtige trans-Atlantische ondernemer komt tot de ambachtsman der Apennijnen en zegt hem: ‘Ziedaar al wat ge nodig hebt, maar maak het wat schoner en voeg het naar de smaak der Aziaten. ’
Frankrijk kwam nog zo ver niet. Het blijft koppig tegenstribbelen. Maar het zal duimen moeten leggen. Het zal zijn munt moeten stabiliseren, dat wil zeggen, zijn hoofd door de strop van Amerika moeten steken. Iedere staat wacht aan het winket van Uncle Sam zijn beurt af (gelach).
Wat hebben de Amerikanen uitgegeven om zulk een plaats te bemachtigen? Een uiterst geringe som. De plaatsingen in de vreemde belopen 10 miljard, zonder de oorlogschulden mee te rekenen. Europa bekwam 2,5 miljard, en Amerika begint het reeds als veroverd land te behandelen. Nochtans, hetgeen de Amerikanen in de economie van Europa belegden, vertegenwoordigt slechts het honderdste deel van het totaal fortuin van dit laatste. Wanneer de balans in evenwicht is, is een klein tikje voldoende om haar naar een zijde te doen overslaan. De Amerikanen gaven dit tikje en reeds zijn ze de meesters. Europa heeft gebrek aan de voor zijn herstel vereiste kapitalen en het voor het reeds herstelde deel van zijn economie vereiste bedrijfskapitaal. Het heeft gebouwen en materiaal die honderden miljoenen waard zijn, maar het heeft gebrek aan een tiental miljoenen om het werktuig in beweging te zetten. De Amerikaan komt aan, hij heeft de tien miljoen en stelt zijn voorwaarden. Hij is als thuis, hij is de meester.
Men gaf mij een uiterst interessant artikel van een van die nieuwe Cecil Rhodessen die Amerika nu doet oprijzen, en waarvan wij de namen moeten leren kennen. Het is wel niet heel aangenaam, maar er is niets aan te doen. Wij hebben wel de naam van Dawes geleerd. Dawes is geen duit waard, maar heel Europa is onmachtig tegenover hem. Morgen zullen wij de naam van Dillon, of deze van Max Wirkler, ondervoorzitter van de ‘Financie-Dienst-Maatschappij’, leren kennen. Alles wat mogelijk is op de aardbol te bemachtigen, dat heet zich met de financie-dienst bezig te houden (gelach, toejuichingen). Max Wirkler spreekt van de financiële dienst in dichterlijke, bijna bijbelse taal.
‘Wij houden ons bezig, zegt hij, met de regeringen, de lokale en gemeentelijke overheden en de bijzondere corporaties te financieren. Het Amerikaanse geld liet toe Japan, na de aardbeving, te herstellen; de Amerikaanse fondsen lieten toe Duitsland en Oostenrijk-Hongarije te verslaan en speelden een zeer belangrijke rol in de heropleving van die landen’.
Men begint met te verwoesten, daarna herstelt men. En voor de ene, evenals voor de andere verrichting strijkt men een eerlijk commissieloon op. Alleen de aardbeving in Japan had klaarblijkelijk plaats zonder de medewerking van het Amerikaans kapitaal. (Gelach). Maar luister naar het volgende.
‘Wij staan leningen toe aan de Hollandse koloniën en aan Australië, aan de regering en aan de steden van Argentinië, aan de Zuid-Afrikaanse mijnindustrieën, aan de nitraatvoortbrengers van Chili, aan de koffieplanters van Brazilië, aan de katoen- en tabakplanters van Colombia. Wij geven geld aan Peru voor de uitvoering van zijn gezondheidsontwerpen, wij geven geld aan de Deense banken, aan de Zweedse nijveraars, aan de Noorse hydro-elektrische stations, aan de Finse bankinstellingen, aan de mechaniekbouw fabrieken van Tsjecho-Slowakije, aan de spoorwegen van Joegoslavië, aan de openbare werken van Italië, aan de Spaanse telefoonmaatschappijen. ’
Natuurlijk is zulk een opsomming indrukwekkend. Het is de uitwerking van de 60 miljard dollar die zich in de Amerikaanse banken bevinden. Wij zullen die symfonie in de toekomende historische periode nog te horen krijgen.
Kort na de oorlog, toen de Volkerenbond zich samenstelde, toen de pacifisten van al de landen van Europa ieder in hun eigen taal logen, stelde de Engelse economist George Pesch, een van de welmenendste mensen voor, om een lening van de Volkerenbond voor de pacificatie en de heropleving van de ganse mensheid uit te schrijven. Hij berekende dat 35 miljard dollar voor die prachtige onderneming nodig waren en stelde voor dat de Verenigde Staten voor 15 miljard, Engeland voor 5 en de andere landen voor de 15 overblijvende miljarden zouden inschrijven. Volgens dit ontwerp hadden de Verenigde Staten bijna de helft voor die grote lening moeten verstrekken, en aangezien de andere aandelen onder een groot aantal landen zouden verdeeld worden, hadden de Verenigde Staten de controle van de inrichting gehad. De reddende lening had niet plaats, maar dat wat nu plaats grijpt is in de grond een meer afdoende verwezenlijking van hetzelfde plan. De Verenigde Staten bemachtigen stilaan de aandelen die hun de controle van het menselijk geslacht zullen verschaffen. Grote onderneming zeker, maar heel gewaagd. De Amerikanen zullen zich er gauw van overtuigen.
Alvorens voort te gaan, moet ik een zekere verwarring uit de weg ruimen. Het wereldproces dat we bestuderen ontwikkelt zich met zulk een snelheid en neemt zulk een omvang aan dat onze geest moeite heeft om het te vatten, het te omvangen en het te vereenzelvigen. Het moet ons dus niet verwonderen dat in de laatste tijd zich een warme discussie rond dit onderwerp in de internationale pers, zowel proletarische als burgerlijke, ontspon. In Duitsland gaf men verscheidene boeken, in het bijzonder gewijd aan de rol van de Verenigde Staten tegenover het gebalkaniseerd Europa, uit. In de internationale bespreking die rond dit vraagstuk oprees werd ook gewag gemaakt van het verslag dat ik twee jaar geleden op deze tribune uitbracht. Ik heb een Amerikaans arbeiderstijdschrift in de hand dat ik een dezer dagen precies op de bladzijde gewijd aan de betrekkingen tussen Amerika en Europa opsloeg, en mijn ogen vielen bij toeval op de zin betreffende ‘het op rantsoenstellen’. Ik stelde daar natuurlijk belang in, ik las het artikel, en ziehier, kameraden, wat ik tot mijn grote verbazing te lezen kreeg:
‘Trotski is van oordeel dat wij in de periode der vredelievende Anglo-Amerikaanse betrekkingen getreden zijn; de invloed der Anglo-Amerikaanse betrekkingen (volgens Trotski) zal meer tot de consolidatie dan tot de ontbinding van het wereldkapitalisme bijdragen’.
Niet slecht, nietwaar? Helemaal zoals MacDonald.
En verder:
‘De oude theorie van Trotski aangaande het op rantsoenstellen van Europa (waarom oude? ze dagtekent ternauwernood van voor twee jaar) en tot Amerikaans dominion herschapen Europa was gebonden aan deze waardering der Anglo-Amerikaanse betrekkingen. (J. Lovston, maandelijks arbeiderstijdschrift, november 1925).
Wanneer ik die regels gelezen heb, wreef ik me gedurende drie minuten in de ogen, zo groot was mijn verbazing. Waar en wanneer zei ik dat Engeland en Amerika vriendschappelijke betrekkingen onderhielden, en dat dank daaraan zij het Europees kapitalisme zouden herstellen in plaats van het te ontbinden? Wanneer een volwassen communist dergelijke zaken vertelde, zou men hem gewoonweg uit de partij moeten sluiten. Natuurlijk, na die dwaasheden die mij toegeschreven worden gelezen te hebben doorbladerde ik hetgeen ik de gelegenheid had aangaande die kwestie van uit de hoogte van deze tribune te vertellen. Wanneer ik tot de rede terugkeer die ik twee jaar geleden uitsprak, is het niet om aan Lovston en zijns gelijken uit te leggen dat men, wanneer men over een zeker onderwerp schrijft — hetzij in het Engels of in het Frans, in Europa of in Amerika — men weten moet wat men schrijft en waar men de lezer heenleidt, maar wel om aan te tonen dat de manier waarop ik toen het vraagstuk stelde, nog voor vandaag geldt. Ziedaar waarom ik verplicht ben u enige uittreksels van mijn rede voor te lezen.
‘Wat wil het Amerikaans kapitaal? Wat zoekt het?’ vroegen we voor twee jaar. En we antwoordden: ‘Het zoekt, zegt men ons, het evenwicht, de stabiliteit, het wil de Europese markt herstellen. Het wil Europa in staat stellen om te betalen. In welke mate en op welke manier? Onder zijn heerschappij. Wat wil dat zeggen? Dat het Europa toelaten zal zich op te richten, maar binnen goed bepaalde grenzen, dat het Europa beperkte sectors van de wereldmarkt zal voorbehouden. Het Amerikaans kapitaal overheerst tegenwoordig, het beveelt aan de diplomaten. Het bereidt zich insgelijks voor bevelen aan de banken en Europese trusts, aan gans de Europese burgerij te geven.’ Wij zegden voor twee jaar: ‘Het beveelt aan de diplomaten (Versailles, Washington) en bereidt zich voor bevelen aan de banken en trusts uit te delen.’ Vandaag zeggen we: ‘Het beveelt reeds aan de banken en trusts van verscheidene Europese landen, en bereidt zich voor de banken en trusts van de andere kapitalistische landen van Europa te bevelen.’ Ik ga voort: ‘Het zal de markt in sectors verdelen, het zal de werkzaamheid der Europese financiers en nijveraars regelen. Feitelijk wil het Amerikaans kapitaal Europa rantsoeneren.’ Ik schreef niet dat het gerantsoeneerd heeft of dat het rantsoeneren zal, maar dat het wil rantsoeneren. Ziedaar wat ik voor twee jaar zegde.
Lovston beweert dat ik van de vredelievende samenwerking van Amerika en Engeland gesproken heb. Laat ons nagaan wat ervan is. ‘Het gaat niet alleen om Duitsland, om Frankrijk, het gaat ook om Engeland. Het zal er zich ook moeten op voorbereiden hetzelfde lot te ondergaan. Weliswaar, men zegt dikwijls, dat Amerika nu hand in hand met Engeland gaat, dat er zich een Angelsaksisch blok gevormd heeft, men spreekt van Angelsaksisch kapitaal, van een Angelsaksische politiek. Maar zo spreken is zijn niet begrijpen van de toestand aantonen. Het hoofdantagonisme van de wereld is het Anglo-Amerikaans antagonisme. Dit zal de toekomst klaarder en klaarder aantonen... Waarom? Omdat Engeland na Amerika nog het machtigste, het rijkste land is. Het is de voornaamste mededinger, de fundamentele hinderpaal. ’
Ik ontwikkelde die gedachte maar met meer kracht, in het manifest van het vijfde congres, maar ik zal uw aandacht niet met teksten vermoeien. Ik zal nog uit mijn rede het volgende over de ‘vredelievende’ door Amerika aangeknoopte betrekkingen aanhalen: ‘Dit Amerikaans programma van voogdijschap over de gehele wereld is in het geheel geen vredelievend programma; integendeel het is vol oorlog en revolutionaire omkeringen... Het is heel onwaarschijnlijk dat de burgerij van al de landen er in toestemt op het achterplan geschoven te worden en de vazal van Amerika te worden zonder minstens te pogen weerstand te bieden. Want Engeland heeft werkelijk geweldige begeerten, een woedende lust zijn heerschappij over de wereld te behouden. Militaire conflicten zijn onvermijdelijk. Het tijdperk van het vredelievend amerikanisme dat zich voor het ogenblik schijnt te openen is slechts een voorbereiding tot nieuwe monsterachtige oorlogen.
Ziedaar wat wij voor twee jaar betreffende de ‘vredelievende’ betrekkingen zegden. Ik veroorloof mij u er hier aan te herinneren dat wanneer wij onze propaganda voor de ontwikkeling van de scheikundige industrie veerden, wij aantoonden dat het arsenaal van Wedgwood een der bronnen van het Amerikaans militarisme is, dat het meest de Europese volkeren bedreigt.
Zie eindelijk hier hetgeen we uit de hoogte van deze tribune zegden aangaande het opheffen van de Europese antagonismen dankzij de invloed van Amerika: ‘De antagonismen die de oorlog voorbereidden en hem over Europa ontketenden, tien jaar geleden, antagonismen door de oorlog verergerd, door het Verdrag van Versailles in stand gehouden, en versterkt door de verdere ontwikkeling van de klassenstrijd in Europa, blijven helemaal bestaan. En de Verenigde Staten zullen op die antagonismen in al hun scherpte stoten. ’
Twee jaren gingen voorbij. De kameraad Lovston is misschien een goed criticus, ofschoon hij zich ook wel eens vergist, maar de tijd is nog een betere criticus.
Om die kwestie te sluiten, zullen wij eindigen met de raad die Engels aan Stibbeling, ook een Amerikaan, gaf: ‘Wanneer men zich met wetenschappelijke vraagstukken, wil bezighouden, moet men eerst en vooral de werken leren lezen zoals de schrijver ze schreef, en in het bijzonder niet lezen wat er niet in staat.’ Die woorden van Engels zijn uiterst goed en gelden niet alleen voor Amerika, maar voor de vijf werelddelen.
In gelijk welk vraagstuk is de tijd de beste criticus. Laat ons eens zien welke in werkelijkheid de Amerikaanse methoden van vredelievende indringing gedurende deze laatste jaren waren. Een eenvoudige opsomming der voornaamste feiten zal aantonen dat het Amerikaans ‘pacifisme’ op heel de lijn zegevierde; maar het zegevierde als methode van bedekte imperialisme plundering en min of meer gemaskeerde voorbereiding tot de meest geduchte botsingen.
Het is op de conferentie van Washington, in 1922, dat het Amerikaans ‘pacifisme’ zijn zuiverste uitdrukking aannam en het best zijn aard toonde. In 1919-1920 vroegen veel personen zich af, waaronder ik zelf, wat er in 1922-1923 voorvallen zou wanneer het vlootprogramma der Verenigde Staten, aan deze laatste de gelijkheid met Engeland zou verzekeren. Is het mogelijk, vroeg men zich af, dat Engeland, dat zijn overheersing dankt aan het overwicht van zijn vloot op deze van de twee sterkste landen tezamen, dit overwicht zonder strijd laat varen? Talrijk waren degenen die evenals ik de mogelijkheid van een oorlog tussen Amerika en Engeland met deelname van Japan, in 1922-1923 voorzagen. Wat is er echter gebeurd? In plaats van oorlog hadden wij het zuiver ‘pacifisme’. De Verenigde Staten nodigden Engeland naar Washington, en zegden het: ‘Gelieve u te rantsoeneren: ik zal vijf eenheden hebben, gij krijgt er vijf, Japan drie en Frankrijk ook drie.’ Ziedaar het vlootprogramma. En Engeland nam aan.
Wat is dat? ‘Pacifisme’, maar pacifisme dat zijn wil opdringt door zijn geweldig economisch overwicht en ‘vredelievend’ zijn militair overwicht in een volgende historische periode voorbereidt.
En het Dawesplan? Toen Poincaré zich in Midden-Europa met zijn lilliputplannen bewoog, zich van het Ruhrbekken meester maakte, richtten de Amerikanen hun verrekijker, keken en wachtten. En wanneer de waardevermindering van de frank en andere tegenkantingen Poincaré verplichtten zich terug te trekken, kwam de Amerikaan en legde zijn plan van pacificatie van Europa voor. Hij kocht voor 800 miljoen mark, waarvan ten andere de helft door Engeland gegeven werd, het recht op Duitsland te besturen. En voor die ellendige som van 400 miljoen mark dwong de beurs van New York haar opzichter aan het Duitse volk op. In waarheid mooi pacifisme. Een strop om zich op te knopen!
En de stabilisering van de wissel? Wanneer de wissel schommelt in Europa is de Amerikaan niet op zijn gemak. Hij is niet op zijn gemak, omdat dit Europa toelaat goedkoop uit te voeren. De Amerikaan heeft een stabiele wissel van doen voor het regelmatig binnenkomen van de interesten van zijn leningen, en in het algemeen voor de financiële orde. Indien dit het geval niet was hoe zou hij zijn kapitaal in Europa kunnen beleggen? Daarom heeft hij de Duitsers verplicht hun munt te stabiliseren, hij verplichtte de Engelsen hetzelfde te doen door hun een lening van 300 miljoen dollar toe te staan. Lloyd George zei laatst: ‘Nu ziet het pond de dollar recht in het gezicht.’ Lloyd George is een oude droogkomiek. Wann